Dagboek Piet van Eeghen, 1835

Op 8 november 1835 schrijft Piet van Eeghen in zijn dagboek: 'Het ziekenbulletin van heden luidt aldus: Oom Fock iets beter, Oom Bosch beter, grootpapa Rahusen beter, Weisse blijft belabberd, oom Karnebeek met de Koorts in bed.' De eerstgenoemde oom was Jacob Fock, president van De Nederlandsche Bank. Twee weken later zou hij overlijden. Op diezelfde dag overleed ook nog een tante van Piet van Eeghen.

Sculptuur van choleraslachtoffers door Antoine Étex, 1851. Rijksmuseum

Cholera en Scharlakenkoorts

Het dagboek van Piet van Eeghen is een voortdurend memento mori. Er gaat bijna geen bladzijde voorbij zonder korte mededeling over de zorgwekkende gezondheid of het overlijden van een vriend of familielid. De eerste cholera-epidemie had nog maar een paar jaar geleden toegeslagen in Amsterdam (1832-1833) en de angst voor een nieuwe uitbraak van de dodelijke ziekte was groot. Die tweede epidemie zou nog ruim tien jaar op zich laten wachten, maar er waren in 1835 genoeg andere gevaarlijke ziekten die het leven van de Amsterdammers bedreigden.

De 'Koorts', waar oom Karnebeek aan leed, was waarschijnlijk roodvonk, een ziekte die regelmatig opduikt in het dagboek. Op 7 april beschrijft Van Eeghen een bijzonder tragisch geval: 'Heden overleed mevr. Engelberts nadat omtrent twee a drie dagen vroeger hare beide dochters de eene van 22 en de andere van 30 jaren (allen aan het Roodvonk of Scharlakenkoorts) waren overleden. Daar er voor eenigen jaren nog een zoon is gestorven zoo blijft althans slechts de vader met een zeer zwakken en nog een krankzinnige zoon overig.' Zo kwetsbaar was het bestaan, dat wist iedere negentiende-eeuwer.

Koninklijke pleuritis

Ook een lid van het koningshuis kon zomaar ernstig ziek worden. Op 21 januari schrijft Van Eeghen: 'Vernomen dat de kroonprins (die terwijl hij zeer verkouden was, te paard van Tilburg naar den Haag was gereden) eenen zwaren pleuritis heeft gekregen en dat hij thans zeer gevaarlijk ziek is.' Behalve bezorgdheid klinkt er ook lichte irritatie door in deze aantekening. Zo'n lange paardrijtocht, terwijl de prins verkouden was? Hoe onverantwoordelijk van een man op wiens schouders de toekomst van het koningshuis rustte. Gelukkig liep het goed af; al een paar dagen later kon Van Eeghen melden dat het beter ging met de prins. Vijf jaar later werd hij gekroond tot koning Willem II.

Afgezien van deze korte verwijzing naar het koninklijk huis schrijft Van Eeghen in zijn dagboek vooral over het wel en wee van zijn eigen familie en kennissenkring. Met één uitzondering: op 12 januari geeft hij een kort demografisch jaaroverzicht van Amsterdam: 'In het jaar 1834 zijn geboren 3451 Zonen /3355 Dochters/ te Zamen 6806 Zielen/ Overleden 8448 / dus zijn er 1634 Zielen meer gestorven dan geboren, welk groot verschil door de vele ziekten en sterfgevallen welke er dit najaar zijn geweest zijn veroorzaakt geworden.'

Vereniging voor ziekenverpleging (Prinsengrachtziekenhuis), mede opgericht door Van Eeghen, ongedateerd. Stadsarchief Amsterdam

Het Prinsengrachtziekenhuis, mede opgericht door Van Eeghen

Lang leve de vaccinaties

Er zijn momenten dat ik graag een kijkje zou nemen in de negentiende eeuw. Maar wat een geluk om te leven in een tijd waarin vaccinaties bestaan, waarin je in Nederland niet meer bang hoeft te zijn dat je kind overlijdt aan cholera, roodvonk of een van die andere dodelijke besmettelijke ziekten. Wat betreft gezondheidszorg ben ik een groot voorstander van de 21ste eeuw.

 

Dit blogje is gebaseerd op een artikel dat net is gepubliceerd in tijdschrift Amstelodamum:

Van Hasselt, ‘Ziekte, zeilen en andere zaken. Het dagboek van Piet van Eeghen uit 1835’, Amstelodamum 105-4 (2018) 174-188.