Historisch Museum in het Waaggebouw op de Nieuwmarkt, november 1926

Historisch Museum in het Waaggebouw op de Nieuwmarkt, november 1926

Een apart museum voor de historische collectie van de stad

Al voor de Eerste Wereldoorlog maakte C.W. Baard, directeur van het Stedelijk Museum, zich sterk voor een apart museum voor de historische collectie van de stad. Pas in 1925, het jaar van de grote tentoonstelling over de geschiedenis van Amsterdam, kwam het ervan. In dat jaar stelden de dames M.C. en C. van Eeghen 20.000 gulden beschikbaar voor een historisch museum. Zij voldeden hiermee aan de wens van hun overleden broer Jan Herman. Met dit geld kon het Waaggebouw worden opgeknapt en ingericht en op 2 november 1926 werd het Historisch Museum door burgemeester Willem de Vlugt geopend

'Een groote verscheidenheid aan voorwerpen'

In het museum was een kleine vaste opstelling met objecten uit de historische collectie. Zo stond in de benedenzaal de beeldengroep David en Goliath uit het Oude Doolhof op de Prinsengracht. De beelden werden geflankeerd door vier windwijzers van het Admiraliteitsgebouw en de oude Waag op de Dam. Verder hingen in de zaal wapenborden van het Aalmoezeniersweeshuis en regentenstukken van het Chirurgijnsgilde, het gilde dat het langst in het Waaggebouw had gezeteld. Op de eerste verdieping was een zaal ingericht met stadsgezichten en penningen. In een andere zaal was een tentoonstelling van tekeningen met gezichten op de Waag.

Het commentaar in het Algemeen Handelsblad was duidelijk: ‘er is een groote verscheidenheid aan voorwerpen, die aan Amsterdams historie herinneren. En dat is een deel van de aantrekkelijkheid van de verzameling. Er is geen systeem in de opstelling, en ook dat geeft er een zekere bekoring aan. Elk voorwerp op zichzelf heeft recht hier te zijn. Er is niet te veel maar alles is er met reden.’

Iedere dag open

Het museum was iedere dag open. Op doordeweekse dagen betaalde men een dubbeltje, maar in de weekenden was het gratis toegankelijk. De eerste twee maanden na de opening trok het museum bijna 15.000 bezoekers, waaronder ook verschillende groepen uit het onderwijs. Het jaar daarna kwamen er rond de 16.000 bezoekers, maar daarna liepen de bezoekersaantallen terug en bleven ze tot 1940 tussen de 6.000 en 10.000 schommelen.

Verhuizing naar het Burgerweeshuis

Al snel bleek dat het Waaggebouw niet de ideale locatie voor een historisch museum was: het was te klein en daarnaast was het klimaat slecht. Toen bleek dat het Burgerweeshuis het gebouwencomplex op de Kalverstraat zou gaan verlaten, werd al snel het plan opgevat om het historisch museum hiernaartoe te verhuizen. Het zou nog een oorlog en heel wat jaren erna duren, voordat koningin Juliana het nieuwe Amsterdams Historisch Museum in het Burgerweeshuis op 27 oktober 1975 kon openen.

Gedenksteen opgedragen aan de dames Van Eeghen

Gedenksteen opgedragen aan de dames Van Eeghen

De gedenksteen die in 1926 in het Waaggebouw was geplaatst als dank aan de zusters Van Eeghen en hun broer, werd in het nieuwe museum een plek gegeven waar deze nog steeds is te zien.