Clara de Jong, Deportatie; de geschiedenis van de Amsterdamse Joden 1940-1945, 1982-1985, Amsterdam Museum

Clara de Jong, Deportatie; de geschiedenis van de Amsterdamse Joden 1940-1945, 1982-1985, Amsterdam Museum

Clara de Jong

De serie van negentien tekeningen en zestien schilderijen werd in 1985 door het Amsterdam Museum aangekocht en is sindsdien diverse keren tentoongesteld. Bij de eerste expositie verscheen een gelijknamig boek waarvoor Clara de Jong zelf de introductie schreef:

`Ik heb gekozen voor een ingehouden benadering om des te nadrukkelijker gevoelens van woede en verdriet tot uitdrukking te brengen. […] Het gebruik van teksten geeft de serie een zeker documentair karakter, maar aangezien tekst een beeld en gevoelens kan opleveren, leek mij dat een goede combinatie om mijn doel te bereiken.'

Het hierboven afgebeelde schilderij genaamd ´De razzia´s rond het Waterlooplein, de afsluiting van de oude Jodenbuurt door opgehaalde bruggen´, verwijst naar de algemene staking van 1941. Je ziet de opgehaalde brug die de toegang tot de Amsterdamse Jodenbuurt verspert en een vernielde winkel. Op de voorgrond zijn slachtoffers van de razzia’s afgebeeld met daarachter een tekst over de Februaristaking.

Mari Andriessen -

Voorstudie van de Dokwerker 1951, Amsterdam Museum

All rights reserved

De Dokwerker

Op het Jonas Daniël Meijerplein staat een beeld, de Dokwerker. Het is een sobere herinnering aan de plek waar op 22 en 23 februari 1941 425 joodse Amsterdammers bijeen werden gedreven om vervolgens naar concentratiekamp Mauthausen te worden gedeporteerd. Zij behoorden tot de eerste slachtoffers van de Jodenhaat van de Nazi’s in Nederland.

De antisemitische groeperingen in Amsterdam voelden zich gesterkt in hun overtuigingen door de aanwezigheid van de Nazi’s. Door bedreigingen en vernielingen probeerden zij de Joden het leven zo zuur mogelijk te maken. De Amsterdamse Joden sloegen terug tegen hun onderdrukkers; ze begonnen zich te organiseren in knokploegen en kregen steun van andere Amsterdammers. De onrust in de Joodse buurt rond het Rembrandt- en Waterlooplein nam toe totdat op 11 februari zware rellen uitbraken tussen beide kampen. Hendrik Koot, lid van de Weerbaarheidsafdeling (WA) van de NSB, werd bewusteloos op straat aangetroffen met ernstig hoofdletsel. Hij werd naar het Binnengasthuis gebracht waar hij op 14 februari overleed aan zijn verwondingen.

Ook de ijssalon Koco in de Van Woustraat werd het slachtoffer van het WA-geweld. De Joodse eigenaren van deze winkel waren gedurende de jaren 30 vanuit Duitsland naar Nederland gekomen als vluchtelingen, maar werden nu opnieuw geconfronteerd met het geweld dat zij in Duitsland waren ontvlucht. Bij de schermutselingen rondom de ijssalon op 19 februari raakten echter ook twee leden van Duitse Grüne Polizei betrokken. Dit kleine incident, samen met de voorgaande ongeregeldheden, werd genadeloos uitgebuit door de bezetter. Onmiddellijk werd met een beschuldigende vinger naar de Joodse gemeenschap gewezen. Op 22 en 23 februari werd het Joods Kwartier hermetisch afgesloten en volgden de eerste grote razzia’s in Nederland.

 

Onbekend, Razzia's op het Jonas Daniël Meyerplein, februari 1941, Joods Historisch Museum.

Onbekend, Razzia's op het Jonas Daniël Meyerplein, februari 1941, Joods Historisch Museum.

De Februaristaking

De razzia’s troffen veel Amsterdammers in het hart. Deze openlijke geweldpleging op klaarlichte dag tegen hun stadsgenoten konden zij niet over hun kant laten gaan. Leden van de Communistische Partij van Nederland verspreiden een manifest dat opriep tot staking:

Organiseert in alle bedrijven de proteststaking!!!

Vecht eensgezind tegen deze terreur!!!

Eist de onmiddellijk vrijlating van de gearresteerde Joden!!!

Eist de ontbinding van de W.A.-terreurgroepen!!!

[…]

Beseft de enorme kracht van uw eensgezinde daad!!

STAAKT!!! STAAKT!!! STAAKT!!!

De oproep was succesvol: op de ochtend van dinsdag 25 februari legden de werknemers van het Amsterdams stadsvervoer het werk neer. Het nieuws van de staking verspreidde zich als een lopend vuurtje door de stad en daarbuiten. Gemeente-kantoren, winkels en bedrijven sloten hun deuren. Tegelijkertijd sloten ook de arbeiders van de Nederlandse Scheepsbouw Maatschappij en de Nederlandse Dok Maatschappij zich aan bij de oproep van de communisten. Iets na negenen waren de werven leeg. Duizenden stakers verzamelden zich in het centrum van de stad. Zowel grote als kleine bedrijven deden mee. Het voltallige personeel van de Bijenkorf en de Rotterdamse Bank stroomde het Rokin op en ook scholieren deden mee.

Hoewel de Nazi’s zich op de eerste dag opvallend rustig hielden, was dit op de tweede dag zeker niet meer het geval. Met buitensporig geweld en machtsvertoon werd een einde gemaakt aan de staking, hierbij vielen negen doden en werden talloze stakers gevangengenomen. De stad Amsterdam kreeg een boete van vijftien miljoen gulden opgelegd en acht van de opgepakte stakers werden geëxecuteerd.

Krantenknipsel van herdenking van Februaristaking met deviesvlag, 1948, Amsterdam Museum

Krantenknipsel van herdenking van Februaristaking met deviesvlag, 1948, Amsterdam Museum

75 jaar Herdenking

De Februaristaking heeft niet kunnen voorkomen dat uiteindelijk ruim 61.000 Joodse Amsterdammers zijn vermoord tijdens de oorlog en vele gezinnen uiteen zijn gedreven door deportaties. Het is echter het enige massale en openlijke protest geweest tegen de Jodenvervolging in Nederland en de rest van Europa.

Dit jaar is het 75 jaar geleden dat de staking plaatsvond. Dit wordt dan ook uitgebreid herdacht. Zo stonden vandaag alle trams, bussen, metro’s en veerboten in Amsterdam om 11.00 uur één minuut stil. Meer informatie over het lustrumprogramma van de herdenking kun je vinden op de herdenkingswebsite.