In 1652 ging het stadhuis op de Dam in vlammen op. Enkele kostbaarheden werden uit de waaronder de gravenbeelden en het 'Gezicht in vogelvlucht op Amsterdam' in 1539 door Cornelis Anthonisz vervaardigd. Dit zijn de stukken die het langst deel uitmaken van de stedelijke collectie.

Voor het nieuwe stadhuis, waarvan de bouw in 1648 van start ging, werd een grote reeks kunstwerken vervaardigd, zoals het model van het stadhuis, de terracotta studies uit het atelier van Artus Quellinus. Een zilveren lampetstel werd door Johannes Lutma vervaardigd ter gelegenheid van de plechtige inwijding van het nieuwe stadhuis op de Dam op 29 juli 1655.

Deze bijzonder waardevolle kunstschat bleef eigendom van de gemeente toen het stadhuis in 1808 paleis werd en vormt tot op de dag van vandaag de kern van de vaste opstelling in het Amsterdam Museum.