Winti-priesteres Marian Markelo en het Kabramasker voor Nicolaas Eliasz Pickenoy, Compagnie van Jacob Backer, 1632. Amsterdam Museum.
Winti-priesteres Marian Markelo en het Kabramasker voor Nicolaas Eliasz Pickenoy, Compagnie van Jacob Backer, 1632. Amsterdam Museum.

In 2013 nam het Amsterdam Museum een bijzonder object op in collectie, een Kabramasker, gemaakt door Boris van Berkum samen met Winti priesteres Marian Markelo. Het masker symboliseert de voorouders en is gemaakt naar voorbeeld van een Yoruba (voorouder) masker in het Afrika Museum. Lees ook de blog van Annemarie de Wildt over het maakproces. Marian Markelo wilde zo de voorouderbeelden die tijdens de Trans-Atlantische slavenhandel waren achtergebleven in Afrika weer een rol geven in de vooroudercultuur binnen de Winti-religie. Vanessa, de danseres, die al sinds 2013 het Kabramasker tot leven brengt, schreed door de grote zaal van de Hermitage waar meer dan 300 gezichten uit de Amsterdamse Gouden Eeuw op grote groepsportretten te zien zijn. Ondertussen zong Marian Markelo de geesten van de voorouders toe. Later vertelde ze wat ze had gezongen: “Steek je hoofd uit het raam, er is iets te vertellen in Amsterdam”.

En verdomd, daar waren ze. Ik beschouw mezelf als een nogal a-spiritueel wezen, maar ik kon in deze situatie niet anders dan nadenken over hoe dat nu zat met die voorouders. Dat de voorouders van Marian en Vanessa van twee of drie continenten moesten komen, en dat de voorouders op de groepsportretten hier, in deze stad, daar de aandrijvers van waren.

Het Kabramasker staat stil tussen de regenten en regentessen.
Het Kabramasker staat stil tussen de regenten en regentessen.
Wat ik onder blanke Nederlanders vaak hoor, is dan de verzuchting: “moeten we ons daar dan nu nog schuldig over voelen?” Dat lijkt me niet, maar het zou je wel kunnen aansporen ook niet meteen vol trots naar de Gouden Eeuw te kijken. Er zijn uiteraard prachtige objecten uit die tijd overgebleven – zoals nu juist de groepsportretten die we in de Hollanders van de Gouden Eeuw tonen - maar die zou je eigenlijk niet los moeten zien van de afschuwelijke misdaden die ook gepleegd werden in die eeuw.

De Hollanders uit de zeventiende eeuw lieten zich portretteren vanuit een zucht naar onsterfelijkheid, als voorbeeld voor het nageslacht. Grootse portretten van de hoogste kwaliteit. Ze zijn zo levensecht geschilderd dat je de mannen en vrouwen bij wijze van spreken op straat weer zou kunnen herkennen. De luxe en overdaad spat er soms van af. Is het niet wrang dat op het zelfde moment Yoruba en andere West-Afrikaanse stammen de beelden van hun voorouders achter moesten laten? Het is ontroerend en hoopgevend dat voorouders ook met zang en dans opgeroepen kunnen worden en met een eenvoudige vraag als “Steek je hoofd uit het raam”.

Ook antropolooog Markus Balkenhol die erbij was vanwege zijn onderzoek naar het Kabramasker en mijn collega Annemarie de Wildt waren geroerd door de confrontatie. “Dit is prachtig', zei Markus, “zo creëer je nieuwe beelden.”  Annemarie had Ida gesuggereerd juist in deze tentoonstelling te filmen: voorouders die een pijnlijke geschiedenis delen, maar die elkaar nu in een Amsterdams museum in de ogen kijken. Misschien maakt dat het voor hun nakomelingen weer wat makkelijker om over die gedeelde geschiedenis te praten.

De trailer van de film van Ida Does, Amsterdam, Sporen van Suiker, is hier te zien. Naar verwachting komt de film uit op 2 juli 2017.

Filmmaakster Ida Does, cameraman Jurgen Lisse en het Kabramasker in actie. Op de achtergrond: Govert Flinck, Compagnie van Joan Huydecoper, 1650. Amsterdam Museum.
Filmmaakster Ida Does, cameraman Jurgen Lisse en het Kabramasker in actie. Op de achtergrond: Govert Flinck, Compagnie van Joan Huydecoper, 1650. Amsterdam Museum.