Op 25 februari (zijn geboortedag) kwamen familieleden en gasten in de Begijnensteeg bijeen om champagne te drinken. De groene muren hingen nog steeds vol foto's, briefjes, pamfletten en schilderijen. In vitrinekasten staan de beeldjes, boeken, vlaggen en foto’s. De kinderen Capone en vrienden deelden Italiaanse hapjes uit en wie wilde mocht een tube gel of pakje talkpoeder meenemen. Op de tafel voor de winkel, onder Pasquales EU-blauwe paraplu met protestteksten, lagen kopieën uitgestald van zijn vele televisieoptredens. Want er was niet alleen een barbier heengegaan, maar ook een Bekende Amsterdammer.

Gasten
Gasten haalden herinneringen op. Barbier Pasquale had namelijk gasten. Wie het over klanten had, kon vertrekken. Die gasten moesten ruim de tijd nemen voor een knip- of scheerbeurt. Het verhaal gaat dat Johan Cruijff, die ooit snel geknipt wilde worden, de deur gewezen werd. Tijdens de herdenking vertelden mannen hoe zij urenlang bezig gehouden werden door Pasquale. Ze kregen een drankje en een hapje en namen plaats in één van de twee ouderwetse kappersstoelen in de kleine overvolle ruimte. Wie zich in de wereld van Pasquale voegde, was welkom om haren én ziel te laten verzorgen. Dat was niet goedkoop. Eén van de gasten vertelde dat hij eens 300 gulden moest afrekenen.

Immigrant
Een museumcollega vertelde me later dat hij er één keer geweest was. Als Italië-fan wilde hij zich toch wel eens door de Italiaanse barbier laten knippen. Hij beschreef het bezoek als een toneelstuk met Figaro in de hoofdrol. Zijn figurantenrol en de knipbeurt kostten hem 100 gulden. Mijn collega werd geen habitué van het trefpunt der ‘Pasqualisten’, waar elke aanleiding, zoals een opening van een expositie, goed was voor een vrolijke receptie met spijs en drank.

Pasquale Capone werd in 1935 geboren in Sorianello, een dorpje in Calabrië, Zuid-Italië. In 1960 ontmoette hij een Nederlandse vrouw met wie hij naar Amsterdam trok. De Italiaanse barbier presenteerde zich als succesvolle immigrant. Hij vergeleek zichzelf graag met prins Willem Alexander, die met zijn Duitse vader (en Duitse grootvader) net zo’n ‘allochtoon’ was als hijzelf.