Het beeldmerk van de avond was de door Goudswaard bewerkte Schuttersmaaltijd van Nicolaes Eliasz. Pickenoy uit 1632 die in de Hermitage hangt bij de tentoonstelling Hollanders van de Gouden Eeuw. Tabo Goudswaard had de hoofden vervangen door witte vlekken, een uitnodiging om ons te verplaatsen in deze rijke witte mannen en hun rol als burgers van de stad Amsterdam in de zeventiende eeuw.

Hala Naoum Nehme, geboren in Aleppo en tegenwoordig duo raadslid voor de VVD in de Amsterdamse gemeenteraad, bracht haar eigen inburgering in Amsterdam in verband met de geschiedenis van de stad:

“Ik heb zelf mogen uitvinden wat burgerschap precies inhoudt en hoe burgerschap in het dagelijks leven vorm te geven. Daarom is mijn verhaal vanavond meer dan een theoretische verhandeling of een wetenschappelijke uiteenzetting. Mijn toespraak omvat een combinatie van persoonlijke ervaring, historische feiten en eigen visie over wat ‘burgerschap’ anno 2017 zou moeten behelzen, welke dilemma’s zij met zich meebrengt en hoe hiermee om te gaan."

"Op een zonnige winterdag in oktober 2008 begon mijn zeer korte wandeling vanuit de Oudemanhuispoort, waar ik op dat moment colleges politicologie volgde, richting de Stopera. Ik wist dat die middag mijn leven zou gaan veranderen maar had geen idee hoe precies. Ik vond het razend spannend en tegenstrijdige gevoelens maakten zich meester van mij. Ik was verheugd en verdrietig. Verheugd omdat ik er zeker van was dat die middag mij een ticket naar het paradijs zou brengen maar verdrietig omdat ik naast Aleppo, mijn geboortestad, mijn hart voortaan moest gaan delen met een andere stad waar ik smoorverliefd op was geworden. Het prachtige Amsterdam."

Staatsburger

"In de Stopera vond die middag mijn naturalisatieceremonie plaats. Aan het einde van dit bescheiden feestje was ik staatsburger van het Koninkrijk der Nederlanden. Ik kreeg dit Nederlandse paspoort overhandigd en werd vanaf dat moment toegelaten tot de politieke gemeenschap van het koninkrijk. Maar werd ik op dat moment ook burger en als zodanig lid van de Nederlandse samenleving? Volgens mij niet. Ik ben die middag, zoals ik al zei, hoofdzakelijk staatsburger geworden. Staatsburger in de juridische zin van het woord. Maar de naturalisatieceremonie heeft mij niet omgedoopt tot een burger in de maatschappelijke zin van het woord. Ik ben van mening dat een genaturaliseerde persoon nog geen burger is. En dus is een staatsburger iets anders dan een burger. Om dat laatste te worden, is meer nodig dan het ontvangen van een paspoort. Voor de transformatie van een genaturaliseerde naar een burger is vooral persoonlijke inzet nodig."

"Wat is dan precies burgerschap? Burgerschap is het zich bewust zijn van de waarden waarop de samenleving is gebaseerd en het naar best vermogen handelen in lijn met deze waarden. Burgerschap is, anders gezegd, actieve toewijding aan de basiswaarden van het land waarin de staatsburgers verblijven. Heel concreet betekent dit dat we ons als burgers verantwoordelijk voelen voor het welzijn van Nederland in goede en in, of juist in, slechte tijden en ons loyaal tonen aan de principes waarop haar Grondwet is gebaseerd. Overigens is er weinig nieuw aan deze opvatting. Want al aan het begin van de Republiek in 1780 voltrok zich in Nederland een publiek debat over de kenmerken van verdraagzaam, productief en maatschappelijk betrokken burgerschap. Weliswaar was dat debat destijds met name gericht op nationalistisch patriottisme en vaderlandsliefde, maar de definitie die aan burgerschap werd gegeven, verschilde niet veel van hoe wij nu deze term beleven."

Hala Naoum Nehme tijdens haar presentatie.

Duurzame democratie

"Daarnaast weten wij vandaag de dag dat burgerschap een bouwsteen is van duurzame democratieën. Dergelijke democratieën zijn beslist geen systemen waarin we eens in de vier jaar de stembus van binnenuit mogen zien en daarna overgaan tot de orde van de dag. Want zo’n stelsel kan gerust een ‘democratie van kiezers’ worden genoemd. Terwijl een duurzame democratie er een is van burgers. Het verschil tussen een democratie van kiezers en een democratie van burgers is groot. Een kiezer kiest nadat hij of zij is nagegaan welke politieke partij zijn of haar zorgen het beste vertolkt en of de voorgestelde oplossingen aanspreken, terwijl een burger zich verantwoordelijk voelt voor het algemeen belang. En dat is het unieke van duurzame democratieën waarin de eigen onderdanen zich eens in de zoveel jaar als kiezers mogen gedragen, maar zich verder iedere dag als burger inzetten."

"U zult uit het voorafgaande misschien al hebben afgeleid dat ik burgerschap vooral zie als het domein van de plichten, als het domein waarin ik niet vraag wat de overheid voor mij kan doen, maar waarin ik vraag wat ik kan doen voor de samenleving, zoals J.F. Kennedy in 1961 stelde. Dit besef werd mij vooral bijgebracht door mijn eigen omgeving, door mijn ouders en door mijn grootouders. Daarnaast heb ik veel inspiratie geput uit de wijze leer van de Dharma, die vooruitkomt uit het hindoeïsme en ‘goed burgerlijk gedrag’ betekent. Staat u mij toe enkele regels daaruit voor te dragen:

Speak the Truth.

Practise Righteousness.

Do not neglect Study.

Worship God.

Let your mother, father, teacher and guest be your gods.

Practise noble deeds.

Give in plenty.

Give with modesty and respect.

"Ook het hindoeconcept Gita wil ik hier niet ongenoemd laten, omdat Gita het belang van plichten en van handelen centraal stelt. Dus niet afzijdig staan van de samenleving en jezelf aanzetten tot actie wanneer deze nodig is. Hierbij is geen ruimte voor overheidsbeleid of voor regelingen uit de kokers van politici of bestuurders. Burgerschap komt uit jezelf, uit je hart of eigenlijk uit je tenen. En vage ideeën als ‘activerend burgerschap’ bieden misschien een filosofische oplossing in opgewonden debatten, maar halen in de praktijk weinig uit. Burgerschap is idealiter een politiekvrij domein waarin persoonlijke inzet van mensen de enige regulerende kracht is."

"En laat dit nou precies de kern en de kracht zijn van de historische ontwikkeling van Amsterdams burgerschap, die ik vooral als ondernemend burgerschap wil typeren. Samen de schouders eronder zetten om de stad te maken tot de stad die men voor ogen had. In de 16e en 17e eeuw werkten Amsterdammers nauw samen om een waterhuishouding op te tuigen en een levendige handel te creëren, in het bijzonder rond de haringvisserij. Ze werden daarbij gedreven door creativiteit, eigenzinnigheid, (pragmatische) tolerantie, openheid voor verschillende ideeën, een positieve grondhouding ten opzichte van moderniteit en denken in termen van kansen, maar ook denken in termen van ‘leven en laten leven’. Eigenlijk is vandaag de dag weinig veranderd aan deze aspecten van de Amsterdammerschap. Onze stad onderscheidt zich nog altijd door de bovengenoemde waarden en normen die haar maken tot een unieke wereldstad."

Verhit debat

"U zult nu wellicht denken: die Hala heeft mooie praatjes. Maar zoals het gezegde luidt: praatjes vullen geen gaatjes. Mocht u dat denken, dan ben ik het met u eens. En precies die gaatjes leiden tot het verhitte publieke debat dat Nederland al enkele jaren beleeft. Met name over de migranten en hun nazaten worden allerlei terechte vragen gesteld die om een antwoord schreeuwen. Want wat als zij wel willen leven, maar niet willen laten leven? Wat als geboren en getogen Amsterdammers hun burgerplichten niet onder ogen willen zien, hun harten blijven richten tot het land van hun grootouders en hun loyaliteit schenken aan bestuurders die voor hele andere waarden staan dan die van de Nederlandse Grondwet? En wat als ze geen positieve grondhouding koesteren ten opzichte van moderniteit, bijvoorbeeld omdat ze uit patriarchale samenlevingen afkomstig zijn of omdat ze hun godsdienstige normen superieur achten?"

"Nu grijp ik weer terug op de ontstaansgeschiedenis van Nederland en de kernmerken van de Hollandse verlichting. Zo rond 1781 botsten de patriotten met stadhouder Willem V en koning Willem I. Zij eisten vrijheid van meningsuiting en van vergadering, volksvertegenwoordiging, gelijke rechten voor alle burgers, inclusief joden en katholieken, en bestrijding van corruptie. Deze wensen kwamen de gevestigde orde slecht uit, maar de patriotten hielden vol, trotseerden de machtige stadhouders en wonnen uiteindelijk de strijd. Wat wil ik hiermee zeggen? U en ik zijn verantwoordelijk voor deze samenleving en alleen u en ik zijn in staat de morele en principiële grenzen van deze samenleving te bepalen. Dit betekent dat wij in de onderlinge contacten de twijfelaars en achterblijvers mee moeten krijgen door trots uit te stralen over de waarden waar wij allen voor staan. Niemand hoort ons hierin te belemmeren."

Linda Bouws en Hala Naoum Nehme in Pakhuis de Zwijger. Naast Hala gaven ook Lian Heinhuis, Sofyan Mbarki en Quirijn Bongaerts hun visie op Amsterdams burgerschap.

Loftrompet

"Uit ervaring kan ik vertellen dat ik het maar al te vaak heb meegemaakt dat wanneer ik de loftrompet wilde steken over Nederland en de Nederlandse waarden, autochtone Nederlanders mij duidelijk maakten dat Nederland vele malen minder mooi en goed is dan ik veronderstelde. Gelooft u mij maar, dit is erg ontmoedigend voor nieuwkomers die stapsgewijs aan het ontdekken zijn hoe Nederland in elkaar steekt. Als de autochtone Nederlander geen trots en passie voelt voor de Nederlandse waarden en niet het goede voorbeeld geeft van maatschappelijke betrokkenheid, dan kunnen wij niet verwachten dat de nieuwkomers deze trots en passie gaan ontwikkelen."

"Er zijn vele allochtone Amsterdammers die hun godsdienstige normen superieur achten aan hun burgerschapsplichten. Maar ik ben er van overtuigd dat er nog veel meer allochtone Amsterdammers zijn die welwillend staan tegenover onze maatschappelijke opvattingen. Deze Amsterdammers moeten wij dichtbij ons houden en niet van ons vervreemden. Hier zou ik opnieuw willen verwijzen naar de Hollandse Verlichting. Deze verlichtingsschool was uniek in haar tijd omdat zij gematigd van karakter was, en niet, zoals de Franse, is ontstaan als abstracte intellectuele kritiek op de bestaande, lees religieuze, orde. Ook onderscheidde de Hollandse Verlichting zich door een verzoeningshouding tussen de rede en de Goddelijke openbaring. De rede was niet gekomen om het woord van God opzij te zetten, maar om haar aan te vullen. Hiermee reikt onze geschiedenis ons robuuste handvatten waarmee wij religieus-georiënteerde nieuwkomers aan ons kunnen binden. U en ik hebben daarom ook de plicht om hen te wijzen op hun burgerschapsplichten. Kortom, Amsterdams burgerschap draait om u en mij en alleen wij kunnen burgerschap een levendig concept houden waarin mensen met waarden centraal staan en waarin wij onderling uitmaken welke beschermingswallen opgeworpen moeten worden wanneer deze waarden bedreigd of geminacht worden."

Zie voor het publieke debat rond 1780: Aerts, R. et al. (2004) Land van kleine gebaren. Een politieke geschiedenis van Nederland 1780-1990.