Metin is vijf als het verhaal begint in de winter van 1983 met de aankomst van de Turkse familie in Nederland, nadat het politiek asiel van de vader in Duitsland is afgewezen. Het kost hen weinig moeite om woonruimte te vinden in de Bijlmer. Daan Bekker schrijft in zijn Bijlmergeschiedenis Betonnen Droom dat de leegstand in dat jaar 20% is. De kleine Metin wordt geconfronteerd met het dagelijks leven in de buurt waar ‘spingers’ gewoon zijn, junks en vage hasjrokende types rondscharrelen in de parkeergarages en de liften stinken naar urine. 

Metins vader Harun is een atheïst en communist, die wars is van werken en de uitkering van het gezin verdrinkt en vergokt. Zijn moeder is een lieve vrouw die niet opgewassen is tegen haar tirannieke man. Zijn oudere zus creëert haar eigen droomwereld met Michael Jackson als god. Metin vindt vriendjes op de lagere school en beleeft zijn eerste seksuele avonturen in het trappenhuis naast de stinkende vuilschacht met Tina, die duidelijk maakt dat ze wel degelijk normen heeft: ‘Toch niet naar een kelderbox, hè? Want ik ben niet zo’n Bijlmermeisje’. 

Binnenstraten

Het prachtig geschreven boek zit vol met details over de jaren tachtig in de Bijlmer: de minachting van zijn klasgenoten voor de O’Hara-schoenen van de Bristol in de Amsterdamse Poort van fl. 29,99, de inbraak in de camper van een oom uit Duitsland, fikkie stoken in de binnenstraten, voetballen op de grasvelden tussen de hoogbouw. Dankzij de verhalen van de buurman, Meneer Rolf, één van Bijlmerpioniers, krijgen Metin en de lezers van de boek ook over de geschiedenis van de Bijlmer en de teloorgang van oorspronkelijke stedenbouwkundige idealen te horen.

Fleerde, juni 1985 Beeldbank Stadsarchief Amsterdam

Hartverscheurend is het brandmerken van Metin op de Scholengemeenschap Reigersbos. Als Turk en een van de weinige leerlingen uit de Bijlmer (‘je komt dus uit the ghetto’) wordt hij al snel ‘de schoonmaker’ genoemd. Dankzij de vriendschap met de Turkse Kaya, die het opneemt tegen de grootste pestkop, voelt Metin zich meer thuis op school. Na de Bijlmervliegramp van 1992 lopen de spanningen op school hoog op als een blanke klasgenoot opmerkt over de illegale Afrikanen die in de flat Kruitberg woonden: ‘Weer een paar negers minder’.

Spookgebouwen

Metins moeder vindt werk in het AMC en ontworstelt zich langzaam aan de tirannie van haar man. Steeds meer vriendjes vertrekken uit de Bijlmerhoogbouw. De levendige en dichtbevolkte flats van Metins jeugd, die krioelden van de kinderen, zijn spookgebouwen geworden, gekraakt door junks en daklozen. Het gezin vindt een appartement in Reigersbos. Metin heeft inmiddels eindexamen gedaan en is rechten gaan studeren. Hij heeft ‘zijn muilkorf achtergelaten in de grauwe flat’. De moeder en kinderen durven zich eindelijk tegen vader Harun te keren, die vertrekt naar Turkije.

Nog een keer gaat Metin terug in zijn oude wijk. Zijn deel van Fleerde is gesloopt en van de resterende romp zijn de betonnen balustrades voorzien van glimmend kunststof in drie kleuren, als een ‘reusachtige mediterrane ijsfabriek’. De nieuw opgeleverde rijtjeshuizen staan in een straat. Metin voelt zich ontheemd. Vroeger waren er geen straatnamen, alleen flatnamen. Met spijt neemt Metin afscheid van de Bijlmer van zijn jeugd. En ik nam aan het einde van het boek met spijt afscheid van Metin.