re:DDS

GEVONDEN: Verslag Strategische Conferentie Digitale Steden

Een bont gezelschap kwam op 1 februari 1995 bij elkaar in het Ministerie van Economische Zaken in Den Haag. Ambtenaren, anarchisten en kooplui debatteerden met elkaar over verschillende maatschappelijke thema's op de 'Strategische Conferentie Digitale Steden'. Lees het verslag.

Cover van 'Strategische Conferentie Digitale Steden. Tussen ambtenaren, anarchisten en kooplui, een verslag. ' 1 februari 1995 in het Ministerie van Economische Zaken in Den Haag.

DE VONDSTKAART

DE VONDST
Bekijk de vondst (pdf, 3mb)

TITEL
Strategische Conferentie Digitale Steden. Tussen ambtenaren, anarchisten en kooplui, een verslag. 1 februari 1995 in het Ministerie van Economische Zaken in Den Haag.

VINDJAAR
2012.

VINDPLAATS
Gevonden tijdens digitale graafwerkzaamheden met Annemarie van Eekeren, nu werkzaam als hoofd Educatie & Outreach van het Amsterdam Museum en van 1997 tot en met 1999 projectleider/redacteur bij de Digitale Stad.

HERKOMST
Annemarie van Eekeren kreeg het handboek in handen toen ze projectleider bij de Digitale Stad was.

JAAR VAN VERVAARDIGING
1995.

VERVAARDIGER
Stichting De Digitale Stad.

Redactie:
Martine Brinkhuis
Niesco Dubbelboer
Joost Flint
Steven Lenos

MATERIAAL
Papier.

AFMETINGEN
A5

INHOUD
Dit handboek bestaat uit acht onderdelen. Dit zijn naast de inleiding en een algemeen overzicht (samenvatting) van de conferentie overzichten van de discussies in de zes werkgroepen. Deze onderdelen zijn niet genummerd. Hiernaast bevat het document een inhoudsopgave. Een colofon ontbreekt, maar op bladzijde 2 staan de contactgegevens van De Digitale Stad. Als redactie worden genoemd Martine Brinkhuis, Niesco Dubbelboer, Joost Flint en Steven Lenos. Dit staat vermeldt op de voorpagina. Een specifieke drukker of ontwerper wordt niet genoemd.
Op de achterkant van het document staan 15 uitspraken die gedaan zijn tijdens de conferentie. Er staat niet bij wie deze uitspraken heeft gedaan. Dit overzicht geeft een goede indruk van hetgeen besproken is.

In de inleiding, geschreven door de coördinator van de conferentie, Niesco Dubbelboer, wordt de context van de conferentie kort genoemd. Benadrukt wordt dat er een bont gezelschap met zeer diverse meningen deelnam aan alle werkgroepen en plenaire bijeenkomsten. Het Ministerie van Economische Zaken, waar de conferentie werd gehouden, werd bedankt voor de gastvrijheid. Alle deelnemers worden ook bedankt, alsmede de dagvoorzitter en de inleiders, werkgroepvoorzitters en dergelijke.

In het tweede hoofdstuk ("Algemeen") geeft Marianne van den Boomen een overzicht van de gehele conferentie. Naast de onderwerpen die aanbod kwamen tijdens de werkgroepen noemt zij in dit hoofdstuk ook hetgeen aan bod kwam tijdens de plenaire bijeenkomsten (en, jawel, de borrel). De (onder-)titel van het hoofdstuk omschrijft de conferentie heel goed: "Tussen Ambtenaren, Anarchisten en Kooplui". Het hoodstuk is onderverdeeld in 11 paragrafen met elk een titel. Ook deze titels geven de setting van de conferentie en hetgeen besproken is goed weer. Om enkele treffende voorbeelden te geven:

  • Digitale Gouden Eeuw
  • Het Hoofd in de Virtuele Wolken
  • Het Videorecorderproletariaat

Marianne van den Boomen geeft zo een overzicht van de zaken die hieronder in de hoofdstukken over de zes werkgroepen ook worden genoemd.

Deze zes werkgroepen zijn:

  1. Trias Telematcia
  2. Financieringsmodellen
  3. Samenwerkingsconcepten
  4. Moderne Overheid
  5. Maatschappelijke Partners
  6. De Spelregels

Elke werkgroep heeft een voorzitter en zogenaamde 'aftrappers': personen die de discussie opstarten door kort hun visie te etaleren. Zowel de voorzitter als de aftrappers worden aan het begin van elk hoofdstuk genoemd.

Het eigenlijke hoofdstuk begint met de betogen van deze 'aftrappers'. Daarna volgt een weergave van de twee discussies die plaatsvinden in elke werkgroep. Het hoofdstuk over de eerste werkgroep, Trias Telematica, begint met een weergave van de inleiding die de werkgroepvoorzitter gaf. Het hoofdstuk over de laatste werkgroep, De Spelregels, begint niet met een apart onderdeel van de 'aftrappers' (die waren er wel). In de hoofdstukken over de tweede en derde werkgroep, respectievelijk Financieringsmodellen en Samenwerkingsconcepten, hebben de eerste en de tweede discussie elk hun eigen conclusie/samenvatting.

1. Trias Telematica
In deze werkgroep werd met name aandacht besteed aan de rol van de overheid (landelijk en gemeentelijk) en de rol van commerciele partijen. Dit raakte aan kwesties als financiering en van wie de digitale ruimte eigenlijk was.
Meer specifiek werd ook de rol van bibliotheken en de situatie aangaande het kabelnet besproken.

Citaat: ".. een concept waarbij (..) de gebruikers, de overheid en het bedrijfsleven elkaar niet als concurrenten of vijanden zien, maar elk een eigen rol kunnen spelen". (blz. 21)

2. Financieringsmodellen
In deze tweede werkgroep werden de mogelijkheden om een digitale stad te financieren besproken. Wat is de rol van de gebruikers, de overheid en de bedrijven? En wie moet betalen voor wat? In de discussie was er consensus over wat een digitale stad toen was, maar werd er ook al aangegeven dat de zaken snel aan het veranderen waren. In het tweede deel van de discussie werd met name gekeken naar de taak van de overheid: is de overheid slechts subsidie-verschaffer, of moet de overheid gewoon een klant zijn van een digitale stad? Door sommigen werd ook geopperd dat een digitale stad een zogenaamde 'nutsfunctie' zou vervullen en dat er hier dus een (financiële) verantwoordelijkheid voor de overheid zou liggen.

Citaat: "Uitgangspunt daarbij is dat De Digitale Stad gezien moet worden als een A-locatie op het internet." (blz. 35)

3. Samenwerkingsconcepten
Joost Flint van De Digitale Stad Amsterdam noemde bij de 'aftrap' vier aspecten waarop samenwerking mogelijk is: inbelvoorzieningen, server-niveau (hardware delen), informatie delen en samenwerken met betrekking tot software.
Ton Verschuren van SURFnet bouwde zijn betoog op rond het Handboek Digitale Steden. In de discussie kwamen de mogelijkheden tot samenwerking aan bod, maar ook de bedreigingen voor digitale steden. Een genoemde bedreiging was het te 'lokaal denken'. Ook werd benadrukt dat de meeste kosten zitten in de menskracht en niet zo zeer in de hardware.

Citaat: "De ontwikkeling moet van onder naar boven gaan. Andersom werkt het niet." (blz. 47)

4. Moderne Overheid
In deze discussie stond de rol van de overheid centraal. In de 'aftrap' gaf Reineke van Meerten van de Gemeente Amsterdam aan welke problemen er spelen aan de kant van de gemeente: gemeente als geheel van losse diensten, de poltieke cultuur en de hierarchische opbouw bij de gemeente. Met name dit laatste aspect kwam terug in de eerste discussie.

In de tweede discussie werd gekeken naar het het aanbieden van informatie van de gemeente en de toekomst van het openbaar bestuur.

Citaat: "Je krijgt functionele gemeenschappen in plaats van territoriale." (blz. 57)

5. Maatschappelijke Partners
In deze werkgroep werden de diverse maatschappelijke partners belicht. In de 'aftrap' werd door een medewerker van De Digitale Stad het belang van burgers en lokale groepen benadrukt. Een werknemer van het bedrijf Riverland dat digitale winkelcentra opzette gaf de visie vanuit de commercie weer. In beide discussies draaide met name om de vraag wie moet betalen voor wat: de burger voor toegang, een organisatie voor ruimte op het web of in een digitale stad? Steeds kwam de kwestie van laagdrempelige toegang, en hoe deze te waarborgen, terug. Hier speelde ook het feit dat de subsities door de overheid op termijn zouden gaan verdwijnen.

Citaat: "Het is de taak van De Digitale Stad om zij die financieel belang hebben en zij die geen geld hebben bij elkaar te brengen." (blz. 67)

6. De Spelregels
Bij deze werkgroep was geen sprake van een 'aftrap'. Michaël van Eeden van De Digitale Stad en Marcel Bullinga van de Digitale Burgerbeweging bespraken de 'spelregels' zoals beschreven in het Handboek Digitale Steden. In de daarop volgende discussie kwamen verschillende kwesties aanbod. Moet een digitale stad een stichting of een vereniging zijn? Zijn er speciale regels nodig voor een digitale stad of voldoet de bestaande Nederlandse wet? Waar staat men op het continuum van enerzijds totale vrijheid en anderzijds overheidsingrijpen? Rotterdam koos voor een systeem van telefoon, TV en interactieve teletekst.

In de tweede discussie kwam de kwestie van vrijheid terug. Ook werd de rol van commerciele partijen besproken.

Citaat: "Er moet wel een duidelijk onderscheid zijn tussen dat soort commerciele activiteiten en het besturen van een digitale stad." (blz. 78)

FUNCTIE
Verslag van een conferentie die plaatsvond in het Ministerie van Economische Zaken in Den Haag.

BIJZONDERHEDEN
Lees ook "Digitale Steden moeten uitgroeien tot landelijk net."

Op de achterkant van het document staan 15 uitspraken die gedaan zijn tijdens de conferentie. Er staat niet bij wie deze uitspraken heeft gedaan. Dit overzicht geeft een goede indruk van hetgeen besproken is.


59 keer bekeken

0 Reacties

Voeg uw reactie toe