De kamer van de Levantse handel

Hollandse kooplui en Ottomaanse sultans

Dit jaar vieren Nederland en Turkije een historisch jubileum: 400 jaar diplomatieke betrekkingen. In maart 1612 zette Cornelis Haga voet aan wal in Istanbul. Hij zou de eerste Nederlandse ambassadeur worden aan het hof van de sultan. Er brak een bloeiperiode aan in de handel tussen de kleine Nederlandse republiek en het enorme Ottomaanse rijk.

Vanuit Amsterdam coördineerde de Directie van de Levantse Handel (1625-1826) de scheepvaart naar het Ottomaanse Rijk. Hollandse schepen brachten onder andere Leids laken en zilveren munten naar het rijk van de sultan. Op de terugweg waren de schepen volgeladen met angorawol, katoen, zijde, gedroogde vruchten en nog veel meer.

In het stadhuis op de Dam had de Directie een kamer, waar de directeuren wekelijks bij elkaar kwamen. De kamer hing helemaal vol met schilderijen en kaarten van het exotische Ottomaanse rijk. In de tentoonstelling zijn de kunstwerken uit deze directiekamer samen te zien, voor het eerst in ruim twee eeuwen herenigd.