LHBTQ+

 

Getuigenissen over de aids epidemie

Indrukwekkende verhalen

Op Wereld Aids Dag 2013 presenteerde het Amsterdam Museum twee quiltbokken uit de Nederlandse Aids Memorial Quilt die in de collectie worden opgenomen. Op de bijbehorende bijeenkomst in de Schuttersgalerij, werden veel indrukwekkende persoonlijke verhalen verteld. We besloten om de verhalen van de Memorial Quilt systematischer op te tekenen. 

Het museum wilde meer weten over de personen op de naamvlaggen die in de collectie opgenomen zijn. In februari 2016 zijn twee bijeenkomsten georganiseerd, waarop nabestaanden van de personen op de quiltblokken aanwezig waren: familieleden, maar ook vrienden en buddy’s. Samen met conservator Annemarie de Wildt en publiekshistoricus Hugo Schalkwijk gingen de deelnemers met elkaar in gesprek, om zo de verhalen achter de Nederlandse Aids Memorial Quilt vast te leggen. Natuurlijk ging het veel over de personen op de naamvlag zelf, maar ook over de motieven voor het maken van de naamvlag, en het van dichtbij meemaken van de aidsepidemie in de jaren ’80 en ’90.  

Stigmatisering 

Opvallend was het verschil tussen de twee bijeenkomsten. De eerste bijeenkomst ging over 'Quiltblok 2', gevormd uit naamvlaggen uit het einde van de jaren ’80. Terugkomende thema’s  tijdens het gesprek waren het plotselinge nieuwe gevaar van aids, angst voor besmetting en stigmatisering. Leo Hollander zou als eerste van zijn vriendenkring aan de gevolgen van aids komen te overlijden, Hendrik Jan werd ontslagen toen bekend werd dat hij aids had en Marieke van Santen had, als een van de eerste Nederlandse vrouwen met aids, veel te maken met onwetendheid. De tweede bijeenkomst, over 'Quiltblok 12', ging over aids begin jaren ’90. Aids was inmiddels bekend bij het grote publiek. Buddyzorg voor mensen met aids, een zoektocht naar medicijnen en de toegenomen belangstelling voor aids kwamen tijdens deze bijeenkomst veel ter sprake. Melle Visser en zijn buddy Vic kwamen meerdere malen op de televisie, Danny van Dam en zijn moeder Tonnie stortten zich op de zoektocht naar medicijnen. De Limburgse Paul van Ettekoven werd, na zelf jarenlang buddy te zijn geweest, zelf ziek nadat hij zich bewust had laten infecteren door zijn partner Hans.

Het museum als herinneringsplek

Het waren twee bijzondere bijeenkomsten, waar persoonlijke en aangrijpende verhalen met elkaar werden gedeeld. “Jullie zitten hier min of meer bij elkaar, zoals de personen waar we het vandaag over hebben gehad ook min of meer toevallig bij elkaar in de quilt zijn gekomen”, aldus Annemarie de Wildt. Wat de bijeenkomsten extra bijzonder maakte, was de interactie tussen de deelnemers zelf. Door hun gedeelde ervaringen stelden zij ook elkaar vragen waar buitenstaanders nooit op waren gekomen. De verhalen dragen bij aan de documentatie van de Aids Quilt.

Laurens, vriend van de in 1988 overleden Leo, is blij dat twee quilts opgenomen worden in de collectie van het museum. “Het is een belangrijk onderdeel geweest van de geschiedenis van Amsterdam. (…) En dat er verhalen aan verbonden worden doet me heel goed. Met deze verhalen maak je het persoonlijk en dan word je geschiedenis sterker. Als betrokkene kan ik bij wijze van spreken zeggen tegen jongeren om mij heen: loop daar eens langs, want daar hangt Leo,”. Het museum kan ook een plek zijn waar mensen worden herdacht.