Rembrandt, 'De Nachtwacht', 1642. Doek, 363 x 437 cm (Rijksmuseum, in langdurig bruikleen van de Stad Amsterdam)

Rembrandt, 'De Nachtwacht', 1642. Doek, 363 x 437 cm (Rijksmuseum, in langdurig bruikleen van de Stad Amsterdam)

Alle rechten voorbehouden
Rembrandt, 'De Nachtwacht', 1642. Doek, 363 x 437 cm (Rijksmuseum, in langdurig bruikleen van de gemeente Amsterdam)

Van de Kloveniersdoelen naar het stadhuis
In 1642 portretteerde Rembrandt de schutters van de compagnie van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh. Het schilderij was bedoeld voor het gebouw waar de schutters van het Kloveniersgilde bij elkaar kwamen in de Nieuwe Doelenstraat. Daar hing het in de grote zaal samen met andere groepsportretten van schutters door onder andere Bartholomeus van der Helst, Jacob Backer en Govert Flinck.
In het begin van de achttiende eeuw werden de schuttersstukken aan het bestuur van de stad Amsterdam overgedragen. Het grootste deel werd naar het Stadhuis op de Dam verplaatst en daar in de Grote en Kleine Krijgsraadkamer opgehangen. De Nachtwacht was trouwens te groot om op de muur tussen de deuren in de Kleine Krijgsraadkamer te hangen en aan alle kanten werden daarom stukken afgesneden. 

Op last van Lodewijk Napoleon werden in 1806 zeven ‘capitaele stukken’ uit het stadsbezit van Amsterdam, waaronder de Nachtwacht door het rijk in bruikleen genomen voor het nieuw opgerichte Koninklijk Museum. Dat nieuwe museum werd gevestigd in het tot Koninklijk Paleis geworden stadhuis op de Dam. 

Nachtwacht in het Trippenhuis

Nachtwacht in het Trippenhuis

De Nachtwacht in het Trippenhuis, circa 1880 (foto SAA)

Langdurig bruikleen
Lang bleef het daar niet. Toen Willem I als nieuwe koning in 1813 naar Nederland terugkeerde en zijn intrek nam in het Paleis op de Dam, werden de schilderijen overgebracht naar het Trippenhuis op de Kloveniersburgwal. Rembrandts Nachtwacht kreeg in dit nieuwe Rijks Museum een ereplaats.

In 1885 opende het nieuwe Rijksmuseum zijn deuren aan de Stadhouderskade. De Nachtwacht en de andere schilderijen die Amsterdam in 1806 aan het rijk in bruikleen had gegeven, werden daar tentoongesteld en het langdurig bruikleen werd tot onbepaalde tijd verlengd. Dit is sindsdien zo gebleven. Op de zaalteksten van al deze schilderijen in het Rijksmuseum staat daarom vermeld: Bruikleen van de gemeente Amsterdam.

Het Amsterdam Museum beheert de historische collectie van de gemeente Amsterdam. Namens de gemeente maakt de directeur van het Amsterdam Museum Judikje Kiers deel uit van de stuurgroep onderzoek en restauratie van de Nachtwacht

Bekijk hier de schuttersstukken uit de collectie van de Stad Amsterdam die sinds 1885 in langdurig bruikleen zijn gegeven aan het Rijksmuseum.