Life Writing

Life writing is een verzamelnaam voor allerlei vormen van biografie, autobiografie en historische romans. Voor historici is het een omstreden genre, omdat feit en fictie in sommige vormen van Life Writing nogal door elkaar lopen. Wat is dan nog historisch, wat is ‘echt’? Literair gezien levert die vermenging soms juist fascinerende boeken op. Dat geldt in ieder geval voor de romans van Byatt, waarin fictieve figuren leven in een heel realistisch aandoende historische wereld.

In de aanloop naar de prijsuitreiking was er in Utrecht op 16 november een congres over Life Writing, georganiseerd door het Huizinga Instituut voor Cultuuronderzoek en de Onderzoeksschool Literatuurwetenschap. De tachtigjarige Byatt was ook aanwezig. Door een recente val zat ze tijdelijk in een rolstoel, maar geestelijk was er niets mis met de grote schrijfster. Ze had een merkwaardig charisma. Het werd muisstil toen ‘Dame Antonia’ de zaal werd binnengereden; zelfs de diverse aanwezige dames en heren professoren waren duidelijk geïmponeerd.

Een halve kans op de waarheid

Veel romans van Byatt, zoals The Biographer’s Tale en Possession (winnaar van de Booker Prize in 1990) gaan over mensen die biografisch onderzoek doen. Toch is Byatt zelf zeker geen traditionele biografe. Ze verwijst in haar romans weliswaar naar allerlei bestaande historische figuren, maar alle hoofdpersonen - zowel de biografen als hun onderwerp - zijn fictief. Max Saunders, een Britse hoogleraar Engels en expert op het gebied van Life Writing, vroeg Byatt op het congres naar de reden.

A.S. Byatt, Possession: A Romance, Chatto & Windus 1990
A.S. Byatt, Possession: A Romance, Chatto & Windus 1990

Byatt antwoordde met haar lage stem in prachtig Oxford-English: ‘Human beings can’t tell the truth.’ Hoe goed onze bedoelingen ook zijn, hoe goed het onderzoek ook is, we zijn er eenvoudigweg niet toe in staat de waarheid te vertellen. Zeker niet als het over andere mensen gaat. Daarom wil ze historische figuren geen woorden in de mond leggen, of gedachten in het hoofd. Fictie is voor Byatt de enige weg: ‘If you tell the story of a fictional character, you have a half chance of telling a truth.’

Daar zit je dan met al je goede biografische bedoelingen. Is het waar, kun je een historische figuur nooit echt leren kennen? Is elke biografie gedoemd om te falen? Kan alleen een roman een vorm van waarheid over mensen raken? Na bijna een jaar onderzoek weet ik maar al te goed hoeveel ik níet weet van de man over wie ik een biografie hoop te schrijven. Ergens is het een verleidelijk idee, om al die witte plekken met fictie op te vullen.

Hier een aantrekkelijke maitresse erbij, daar een paar gevoelige jeugdherinneringen en dan nog een enkel corruptieschandaal… ‘Piet van Eeghen, een roman’ zou vast een stuk lekkerder weg lezen dan mijn biografie vol gaten. Natuurlijk zou het voor mijn promotoren en het Amsterdam Museum even schrikken zijn, maar alle klachten stuur ik direct door aan Antonia Byatt. Had ze maar niet moeten spreken op dat Utrechtse congres.

 http://www.erasmusprijs.org/

http://www.huizingainstituut.nl/symposium-life-writing/

A.S. Byatt, A Biographer's Tale, Chatto & Windus 2001
A.S. Byatt, A Biographer's Tale, Chatto & Windus 2001