Twee jaar geleden kwam daar een werk bij; de schildering op het plafond van de koepelkamer van Museum Willet Holthuysen. Dit was naderhand overgeverfd en is nu voor een klein deel weer blootgelegd. Hoewel er (nog) geen signatuur is aangetroffen, gaan we er op basis van een vroege bron vanuit dat dit plafond ook van zijn hand is.

Tekening van slingermotief, afgewisseld door een medaillon met een stilleven of anderszins.

 

Restaurator  Paul Born verwijdert latere verflagen van de plafondschildering.

Overeenkomsten met ander werk van Graux zoals voor de wintertuin van het vroegere Café Dalmeijer (tegenwoordig Café-Restaurant Ridderikhoff) aan de Rode Steen in Hoorn ondersteunen de toeschrijving van de plafondschildering aan hem.

Detail van de wandschildering in Hoorn met druiven.

Het tegenwoordig nog gekende werk is slechts een klein deel van wat Graux gemaakt heeft. Er is veel meer geweest en in diverse genres.

Krantenberichten uit zijn tijd geven een levendig overzicht van Graux’s activiteiten; meestal in de recensies van toneel- en theatervoorstellingen en beschrijvingen van nieuwe café-interieurs of feestdecoraties. Een enkele keer komen we zijn naam ook in de familieberichten en in een gerechtelijke aankondiging tegen.

Het beeld dat uit de kranten naar voren komt is er een van een kundig schilder die zowel zeer tijdelijke toneeldecors en feestversieringen als meer permanente interieurdecoraties vervaardigde. Het werk voor openbare gelegenheden is wat het grote publiek van hem gekend zal hebben. Bovendien komt hij voor de dag als iemand die naamsbekendheid nastreefde en het initiatief daarbij niet schuwde; met succes nam hij deel aan de tentoonstelling van 1866 in het Paleis voor de Volksvlijt en hij stond een jaar later op kermissen in het land met een eigenhandig vervaardigd panorama en ‘cyclorama’.

Helaas is van deze werkzaamheden voor publieke gelegenheden weinig bewaard gebleven, met uitzondering van schilderingen voor Dalmeijer te Hoorn en de Witte zaal van Krasnapolsky in Amsterdam.

Interieurschildering in de Witte zaal van hotel Krasnapolsky te Amsterdam door Graux, 1883.

In de periode 1859 – 1868 vermelden de kranten Graux’s werk steeds enkele malen per jaar. Alleen in 1864-‘65 is er een opvallende onderbreking; zijn naam wordt in geen enkele recensie genoemd. Wel zet hij in 1864 zelf een advertentie waarin hij zijn diensten aan het publiek aanbiedt.

Advertentie Algemeen Handelsblad 18-07-1864.

Het is bekend dat het echtpaar Willet Holthuysen juist in 1865 hun huis grondig liet verfraaien. Het is mogelijk dat Graux juist in die periode ingehuurd was voor werkzaamheden aan het interieur.

Een aspect dat opvalt in de recensies en enkele advertenties die zijn werk beschrijven, is de aandacht die er aan zijn kundige materiaalimitaties wordt geschonken. Zo schrijft een zekere Etienne, eigenaar van een kapperszaak aan de Kalverstraat vol enthousiasme;

‘J’ai l’honneur de faire connaitre à Mrs. les Amateurs de haute nouveauté que Mr. A. Graux, Artiste peintre décorateur vient d’exécuter dans mon Salon pour la Coupe des Cheveux UN PLAFOND PEINT SUR VERRE INALTERABLE imitation de porcelaine et nacre de perles. Je recommande ce nouveau gene de travail que Mr. A. Graux vient de terminer pour la première fois dans ce pays. ETIENNE, Coiffeur-Parfumeur, Kalverstraat’ (Algemeen Handelsblad 1-8-1866)

Onwillekeurig doet deze beschrijving van een porselein- en parelmoerimitatie denken aan de hoogglans geverfde gordijnkappen en embrasseknoppen in de koepelkamer van Willet. Deze houten onderdelen waren aanvankelijk alleen verguld en zijn vervolgens grotendeels overschilderd met een licht groene hoogglansverf en donkergroene accenten.

Diverse modellen gordijnkappen, volgens het bijschrift verguld. Catalogusblad uit album Quétin. In de koepelkamer is de strik van nr. 77 gecombineerd met de kap nr. 78.

Gordijnkap tijdens restauratie.

Bindmiddelenanalyse wees uit dat de verf slechts een gering aandeel lijnolie bevat en mogelijk ook een harsbestanddeel heeft. In historische schildersrecepten wordt zo’n mengsel wel betiteld als ‘Porceleinlak’. De groene kleur dankte de verf aan het pigment Schweinfurter grün. Hetzelfde giftige groene pigment dat ook in de plafondschildering is aangetroffen.

Gezien de overeenkomst in het gebruikte groene pigment en Graux’s all-round vaardigheid als schilder lijkt het niet onwaarschijnlijk dat hij ook betrokken is geweest bij het groen verven van de gordijnkappen en embrasseknoppen.

Door het onderzoek van de laatste jaren aan het koepelkamer raakt steeds meer bekend over individuele onderdelen van het interieur. Bovenstaand verhaal illustreert dat daarbij steeds meer puzzelstukjes op hun plaats vallen en onderlinge samenhang duidelijk kan worden. Het gedeeltelijk vrijgelegde figuratieve schilderwerk van het plafond oogt veelbelovend en behoort mogelijk tot het beste wat er van Graux’s werk bewaard is gebleven. Maar ook het functionele, meer anonieme schilderwerk op de gordijnkappen en knoppen is van hoge kwaliteit. De lambrisering is weliswaar verhaaldelijk overschilderd en kan (nog) niet aan Graux toegeschreven worden, maar het is een belangrijke schakel tussen het plafond en de raamstoffering. Het is daarom alleszins de moeite waard om het schilderwerk van de kamer verder te onderzoeken, vrij te leggen en te restaureren, om zo een belangrijke component van het interieur te herstellen.

Zie voor een uitgebreide versie van deze blog: https://hart.amsterdam/nl/page/135044/decoratien-en-bloemenschilder-auguste-graux-in-herengracht-605.