'A Hollanda' van Ramalho Ortigao
'A Hollanda' van Ramalho Ortigao

De Wereldtentoonstelling

Ortigao was niet de enige buitenlandse toerist in Amsterdam in 1883. Dat jaar was er voor het eerst een Wereldtentoonstelling op het latere Museumplein: de ‘Internationale Koloniale en Uitvoerhandel Tentoonstelling’. De tentoonstelling trok meer dan een miljoen bezoekers uit binnen- en buitenland en wordt gezien als het begin van het massatoerisme naar Amsterdam.

Paviljoen Wereldtentoonstelling, collectie Stadsarchief
Paviljoen Wereldtentoonstelling, collectie Stadsarchief

De Portugese journalist was niet erg bezig met koloniale zaken op de Wereldtentoonstelling, maar des te meer met alles wat het kleine Nederland produceerde: “Van wapens tot sigaren, van piano's tot kaas en boter toe. Boter, voldoende om alle boterhammen op alle ontbijttafels van Europa te smeren, kaas om de hele wereld van dessert te voorzien!” En dan was er nog de bloeiende diamantindustrie in Amsterdam, waar duizenden Portugese Joden werkten. Hun voorouders waren landgenoten van Ortigao, weggevlucht naar het vrije Amsterdam vanwege hun geloof.

 

Een spinnenweb van water

Ortigao was dol op Amsterdam. Hij werd alleen gek van al die grachten: ‘’Het is een waterlabyrinth, een enorm spinnenweb, waarbij de draden van water zijn, een monsterachtig visnet met straten bij wijze van mazen, dat aan palen vastzit en over het zeevlak is uitgespreid. Kortom... iets afgrijselijks!’’ Niets begreep hij van al dat Amsterdamse water. Maar hij had wel door dat de ene gracht bepaald niet de andere was: “Er bestaat, dat is zeker, een soort burgerlijke etiquette. Zo zou bijvoorbeeld een groot Amsterdams koopman niet gaarne ergens anders wonen dan op de Herengracht. Deze gracht is de Faubourg Saint-Germain van het handelspatriciaat. Wie daar woont zou liever zijn intrek in een hotel nemen dan naar een andere buurt verhuizen.”

Piet van Eeghen, die in de Gouden Bocht van de Herengracht woonde, paste uitstekend in dit beeld. En zijn vrouw Cateau ook, vrees ik: ‘’De dames van de Herengracht zouden haar zelfrespect tekort menen te doen, als zij vóór twee uur 's middags de deur uit gingen, als zij persoonlijk boodschappen deden, ja zelfs, als zij haar dienstboden daarmee belastten. Een heel leger tussenpersonen heeft de opdracht, geregeld alle leveranties bij de dames aan huis te bezorgen.’’ Je moet er toch niet aan denken, zo’n gouden kooi in de Gouden Bocht.

Berckheyde, Bocht in de Herengracht
Berckheyde, Bocht in de Herengracht

Weldadigheidsgestichten en kunstverzamelingen

Ortigao ging de toeristische hoogtepunten van Amsterdam één voor één af. Natuurlijk kwam hij ook in het Vondelpark, dat beroemde ‘rendez-vous der rijtuigen’ van Van Eeghen. Toch lag zijn favoriete stadspark niet in Amsterdam, maar in Den Haag. Vergeleken bij het fraaie Haagse Bos vond de Portugees zelfs het Bois de Boulogne en Hyde Park maar ‘armzalige tuintjes’.

Dat Amsterdam uiteindelijk toch zijn favoriete Nederlandse stad was, had een andere reden: ‘’De voornaamste, werkelijk onaantastbare glorie der stad Amsterdam ligt in haar weldadigheidsgestichten en kunstverzamelingen.’’ Zo was Ortigao lyrisch over het Amsterdamse Burgerweeshuis, waar de kinderen volgens hem werden omringd met een vorm van zorg die eerder deed denken aan “tedere moederliefde dan aan zakelijke vervulling van de plicht tot openbare liefdadigheid.”

En dan die musea! Ortigao bezocht ze allemaal en was diep onder de indruk: ‘’Behalve tal van schitterende particuliere collecties, is er het grote Museum Trippenhuis, het Museum Van der Hoop, het Museum Fodor, het Paleis voor Volksvlijt, de kunstgalerij “Arti et Amicitiae" enz.’’ Bij alle vijf was Van Eeghen betrokken. Zou hij de Portugees ook een keertje thuis hebben ontvangen om hem zijn privécollectie te laten zien? Los van de artistieke waarde zou het een aardig verzetje zijn geweest voor Cateau van Eeghen. Keurig binnenshuis, maar toch exotisch.