Veel Nederlandse musea zijn oorspronkelijk gehuisvest in gebouwen waar de collectie werd gepresenteerd in gereconstrueerde historische interieurs, zogenaamde stijlkamers. Het concept van de stijlkamer of ‘period room’ was in de grote buitenlandse musea gedurende de 19de eeuw ontwikkeld.
De Nederlandse stijlkamers waren afkomstig uit woonhuizen, die het veld moesten ruimen voor moderne stadsuitbreiding, maar ensembles werden ook wel samengesteld naar voorbeeld van oude schilderijen of prenten. Deze interieurs werden als typologische voorbeelden van vaderlandse wooncultuur gepresenteerd en in deze omgeving werden de kunstcollecties en historische verzamelingen van het land en van de provincie hoofdsteden aan het publiek getoond.

Oud Hollandsche kamer

Zo ook in Amsterdam waar aan het einde van de 19de eeuw de bouw van het Stedelijk Museum mede mogelijk werd gemaakt door Mevrouw Lopez Suasso-de Bruyn die haar vermogen en collectie legateerde aan de stad. De oprichters van het museum voor hedendaagse kunst beijverden zich om een serie Amsterdamse interieurs te verwerven die werden gesloopt ten behoeve van stedenbouwkundige ontwikkelingen. Deze historische binnenruimten dienden als uitmonstering van de zalen waarin de collectie Lopez Suasso werd tentoongesteld.
In 1906 werd een Gids voor bezoekers van de Sophia Augusta-Stichting in het Stedelijk Museum gepubliceerd, waarin iedere kamer afzonderlijk werd beschreven.

Mahoniekamer, tweede opstelling Stedelijk Museum, zaal 19

Toen Willem Sandberg aantrad als directeur nam hij zich voor de ‘Suasso stijlkamers’ uit het Stedelijk Museum te verwijderen om ruimte te creëren voor de verzameling moderne kunst. Sandberg wilde de stijlkamers een nieuwe bestemming geven in Museum Willet-Holthuysen of in een nieuw gebouw aan de Amstelstraat. Het bleek een taaie materie want het duurde tot de jaren zeventig van de vorige eeuw voordat de stijlkamers werden ontmanteld. Slechts enkele fragmenten vonden een plek in Museum Willet-Holthuysen en de nieuwe vleugel met een overzicht van Amsterdamse stijlkamers kwam niet verder dan de tekentafels van verschillende architecten.

Behalve de stijlkamers telt de stadscollectie een aantal interieurs en nog groter en gevarieerder is de verzameling interieurfragmenten, die in de loop van de 20ste eeuw zijn verworven door het Amsterdam Museum dikwijls naar aanleiding van de afbraak van panden en met de bedoeling te redden wat er te redden viel.