Het is altijd lang wachten op Zanderij, zoals Johan Adolf Pengel International Airport nog steeds genoemd wordt. Laatste broodje pom, laatste gemberbiertje en tikken aan deze blog over het tweede bezoek in het kader van het twinning project. Het was hard werken, maar ook gezellig. Mooie ontmoetingen met oude bekenden en nieuwe vrienden, bij een Javaanse rijsttafel in Blauwgrond, saotosoep  aan de Waterkant of een gebraden doks (eend) bij Souposo. En natuurlijk meestal een djogo (literfles) Parbo erbij. Langzamerhand  krijg ik mijn favoriete terrassen en plekken in Paramaribo.

Bevolkingsdichtheid

Halverwege  ben ik van het Eco Resort, hangout van Nederlandse toeristen, verkast naar Guesthouse Downtown Oasis. Kleiner, dichter bij de stad, een gevarieerder groep gasten en een heerlijke plek om in mijn eigen appartementje met mensen af te spreken; binnen met airco of op het terrasje zonder. Het is fijn om ’s avonds lopend naar een afspraak te kunnen, want overdag zit ik vaak in de auto.  De bevolkingsdichtheid van Paramaribo is heel laag vergeleken met Amsterdam:  op 182 km² wonen ruim 240.000  mensen, terwijl in Amsterdam met bijna 220 km² ruim  830.000 inwoners heeft. Eindeloos rijden dus, meestal  met Gerard Alberga, directeur van het Openluchtmuseum en soms met Paul Morel van Stadsherstel Amsterdam én Stadsherstel Paramaribo. Gerard en ik bezoeken de faculteit humaniora van de Anton de Kom universiteit om studenten van de kersverse minor Geschiedenis Erfgoed Toerisme te betrekken bij de herinrichting, we gaan op bezoek bij webbouwers en grafische vormgevers, naar gesprekken met mensen uit het onderwijs en cultuur en langs bij de Nederlandse ambassade.

Touroperators

Het gesprek met de touroperators en mensen die plantages beheren in het Commewijnegebied is gelukkig op loopafstand:  op het beroemde terras van Hotel Torarica, vernoemd naar het Arowakkendorp dat de eerste ‘hoofdstad’ van de (toen nog Engelse) kolonie Suriname was.

Bijeenkomst met touroperators, plantage-eigenaren en beheerders, Martin Panday en Cynthia McLeod

En natuurlijk ben ik ook vaak op Fort Nieuw Amsterdam om rond te lopen met Marlon Madasrip, de ‘operational manager’, maar vooral ook het levende geheugen van het Openluchtmuseum. Soms met anderen samen, zoals de mensen van het Samaaka Museum uit Pikin Slee, met wie we gaan samenwerken. Wij kunnen van hen veel leren over de Saramakaners  (Marrons die leven aan de bovenloop van de Suriname-rivier) en zij laten zich graag inspireren door de plannen die we aan het bedenken zijn om het Openlucht museum levendiger en informatiever te krijgen.

Werknemersdichtheid

De werknemersdichtheid van het Openluchtmuseum is omgekeerd evenredig aan die van het Amsterdam Museum. Waar wij aparte afdelingen hebben met conservatoren, educatieve dienst, beheer en behoud van de collectie, restauratoren, secretariaat, marketing enzovoorts, heeft het Openluchtmuseum een directeur (die eerder een carrière in de horeca en grafische sector had), duizendpoot Marlon en Helen die samen met Stephany de administratie doet. En dan zo’n 25 mannen die het gras maaien, gebouwen repareren en het terrein bewaken (ook ‘s nachts). Gelukkig krijgt het project in februari versterking van twee stagiaires van de Reinwardtacademie, die vier maanden stage komen lopen. En hopelijk dus van studenten van de Anton de Kom-universiteit.

Uitstapje

Helaas weinig tijd voor uitstapjes deze keer. Een dagje Domburg, op bezoek bij Marieke Visser, die ik al jaren via Facebook ken. Ik leen haar fiets om naar White Beach te gaan. Ze moeten in Suriname altijd erg lachen om die bakra’s die in de hete zon gaan fietsen. Het is een heerlijk (maar warm) tochtje over een rustige weg langs voormalige plantages.  Ik herken de namen uit de literatuur, Ma Rencontre, Waterland… Langs mooie buitenhuizen en vervallen houten huisjes, een enkele Chinese toko, groengeschilderde moskeetjes en mandirs (Hindoetempels) met felgekleurde vlaggen op bamboestokken ervoor.

White Beach bij Domburg (met netten tegen de piranha's)

Het strand van White Beach is bijna uitgestorven op deze doordeweekse dinsdag. Alleen een Hindoestaanse familie die de zesde verjaardag van de dochter viert. Dochter, moeder en oma gaan met lange broek en lange bloes het water van de Suriname rivier in. Maar ook deze ontmoeting is weer leerzaam voor het project. Er is me al vaker verteld dat het moeilijk is om Surinaamse (school)kinderen actief aan het discussiëren te krijgen. De jarige is daar een goed voorbeeld van. Ondanks herhaalde pogingen houdt ze bij al mijn vragen haar mond stijf dicht. Met vader en moeder heb ik gelukkig een levendig gesprek over het nut van schoolzwemmen en de schoonheid en gevaren (piranha’s!) van de Suriname rivier.

De komende weken meer blogs over de vorderingen van het project.