Ik ga eerst naar Kamer 2 van Hotel Lust&Lost. Hester Scheurwater heeft een provisorisch tentkamertje ingericht als atelier. Ik zit met twee andere bezoekers op een bed. De kunstenaar zit ernaast op een stoel en toont ons boeken met haar naakte zelfportretten, inclusief een blik op haar vagina. Ze maakte ze in 2009 en openbaarde ze onder andere via Facebook. FB was toen kleiner en minder preuts dan nu volgens Hester, maar toch is ze er een paar keer afgegooid. Ze leest voor uit opmerkingen die ze, ook vaak via social media, kreeg. Die variëren van bewondering om haar lef en haar exploratie van de vrouwelijke seksualiteit tot “domme stoephoer/slet, ga toch werken voor je geld!” Ze zegt dat mensen preutser geworden zijn.

Hester Scheurwater in haar kamertje in 'Hotel Lost & Lost' - foto Annemarie de Wildt

Grote Taboeshow

Na de 5 minuten in deze kamer van Hotel Lust&Lost peil ik de stemming bij de Grote Taboeshow. Daar worden jonge bezoekers, meestal in groepjes, gefilmd terwijl ze een stelling ophouden over Taboo or not: zijn Viagra, selfies of porno kijken nog een taboe? Een stel meiden uit Chicago vindt ook nude selfies geen taboe. Een groepje vrienden, twee mannen en een vrouw reageert op het taboe porno kijken. Echt niet. Ze houden een bord met Facebookduim omhoog naar de camera. Ze stonden eerder achter me bij de garderobe en inspecteerden het zakje met tissues, een condoom en een snoephartje dat ze net gekregen hadden. “Waarom zitten er geen poppers bij?” grapte een van de mannen. Bij deze, niet erg representatieve, steekproef valt het wel mee met de preutsheid.   

De grote taboeshow tijdens Vincent op Vrijdag - foto Annemarie de Wildt
Rondleiding

Dan naar de rondleiding. De deelnemers zijn wat ouder dan gemiddeld op deze avond. De jongere Vincent op Vrijdag-bezoekers staan bij de gin-tonic bar. “Spannend onderwerp hè? Wat vinden jullie ervan?” begint de rondleidster de tour. Het leidt niet direct tot een gesprek met de groep. Ze legt uit waaraan je op de schilderijen een prostituee herkent, zoals de voile over een zwaar opgemaakt gezicht. Of de potentiële klant, helemaal in de schaduw van het schilderij. Juist die dubbelzinnigheid rond prostitutie maakte het een zeer aantrekkelijk onderwerp voor Franse schilders in de tweede helft van de negentiende eeuw. De schrijver Charles Baudelaire had kunstenaars opgeroepen om ook de donkere kanten van de moderne maatschappij te schilderen. Een van de deelnemers aan de rondleiding, een vrouw van in de vijftig, geeft telkens commentaar dat net weer iets andere accenten legt dan de rondleidster. Bij een werk van Henri de Toulouse-Lautrec met oudere vrouwen in de wachtkamer van het bordeel zegt de rondleidster dat deze vrouwen misschien niet zoveel klanten meer hebben. De vrouw voegt eraan toe: ‘die leren de jonge meisjes het vak, dat is ook belangrijk’.

Frantisek Kupka, Het meisje van Gallien, 1909/1910, Narodni Galerie Praag

Powervrouw

Bij het schilderij van František Kupka, het affichebeeld van de tentoonstelling, geeft de vrouw als commentaar: “Dat is echt een powervrouw. Kom maar op met je geld, zegt ze”. Bij Liverpool Lighthouse van Kees van Dongen legt de rondleidster uit dat de schilder hier de mannelijke overheersing verbeeld heeft. “Maar als hij zijn uniform uit heeft, is zij de baas“ zegt de vrouw en ze voegt eraan toe dat ze zelf ook in de prostitutie gezeten heeft. Niemand reageert. Na afloop spreek ik haar aan. M. blijkt te hebben samengewerkt met een prostituee/kunstenaar die werk exposeerde in de tentoonstelling Liefde te Koop (2002). Even later komt een man erbij staan die ook bij de rondleiding was. “Jij gaat ook naar prostituees toch?” vraagt ze al snel. Hij knikt. Er ontstaat een geanimeerd gesprek tussen ons drieën. We besluiten het voort te zetten in het café. Onderweg fluistert M. me toe: “Tegen hoeren durft iedereen alles te zeggen”. Dat blijkt. Het was een buitengewoon leerzame avond.