Johnny and Jones in de Dierentuin Antwerpen, fotograaf onbekend, 1932

Johnny and Jones in de Dierentuin Antwerpen, fotograaf onbekend, 1932

Tieneridolen

Johnny and Jones is het pseudoniem van Nol van Wesel (Johnny) en Max Kannewasser (Jones) die samen het Amsterdamse jazz duo vormden. Voordat het tweetal de wereld van de muziek instapt, zijn ze beiden werkzaam op de calculatieafdeling van warenhuis De Bijenkorf. Tijdens een personeelsfeest in een café op de hoek van het Frederiksplein in 1934 besluiten de twee hun muzikale kunsten ten gehore te brengen. Ze worden ontdekt en twee jaar later zeggen ze hun baan op om te beginnen met optreden als Johnny and Jones. Met hun humoristische teksten over de actualiteiten die telkens met aangedikte Amerikaanse accenten worden gezongen, vergaren ze al snel bekendheid. Vanaf het moment dat ze regelmatig mogen optreden voor de VARA radio worden ze zó populair, dat we het duo nu beschouwen als de eerste tieneridolen. Hun grootste hit werd Mijnheer Dinges weet niet wat Swing is dat ze opnamen bij het platenlabel Decca. Het Amsterdam Museum is in bezit van een grammofoonplaat waar dit nummer opstaat, samen met Het lied van den slangenbezweerder.

78-toerenplaat, 'Mijnheer Dinges weet niet wat Swing is/Het lied van den slangenbezweerder', Johnny and Jones, Amsterdam Museum, 1938

78-toerenplaat, 'Mijnheer Dinges weet niet wat Swing is/Het lied van den slangenbezweerder', Johnny and Jones, Amsterdam Museum, 1938

Muziek in de barakken

Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog heeft in het begin weinig invloed op de muzikanten. Het tweetal blijft tijdens de Duitse bezetting optreden, maar omdat ze joods zijn mag dit uitsluitend voor joods publiek. Vanaf 1941 wordt het de twee echter verboden om nog op het podium te staan. In 1943 worden Nol van Wesel en Max Kannewasser met hun echtgenotes opgepakt en naar het doorvoerkamp Westerbork gebracht. Hier worden ze ingezet om neergestorte oorlogsvliegtuigen te demonteren. Wanneer ze op een dag naar Weesp worden gestuurd om daar een vliegtuig te slopen, maken ze van dit buitenkansje gebruik om nog zes liedjes op te nemen in Amsterdam. Ook in Westerbork zelf blijft het duo muziek maken. Ze sluiten zich aan bij de revue en treden ook 's avonds op in het Kaffeehuis of in de barakken.

Bladmuziek 'Meneer Dinges weet niet wat Swing is', Johnny and Jones, Amsterdam Museum

Bladmuziek 'Meneer Dinges weet niet wat Swing is', Johnny and Jones, Amsterdam Museum

Vrolijkheid en optimisme

In de nummers die Johnny and Jones in Westerbork schrijven, waarvan Westerbork Serenade de bekendste is, bezingt het tweetal de vrolijke kant van het alledaagse leven in het kamp. De kracht van hun muziek ligt hem juist in het doen vergeten van de zware tijd die de mensen doormaken in het kamp. De twee blijven ook optimistisch tijdens hun verblijf in Westerbork. Vanuit Amsterdam krijgen ze meerdere malen een onderduikadres aangeboden, maar dat weigeren ze omdat ze ervan overtuigd zijn dat hun verblijf in Westerbork een goede afloop zal kennen. Ook speelt het feit dat hun vrouwen nog in het kamp zitten mee. Op het niet terugkeren naar het kamp staat straftransport voor de achtergebleven familieleden. Op 4 september 1944, tijdens één van de laatste transporten uit Westerbork, valt alsnog het doek voor Johnny and Jones. Ze worden achtereenvolgens naar de kampen Theresienstadt, Auschwitz, Sachsenhausen, Ohrdruf en Bergen-Belsen gedeporteerd. Uiteindelijk wordt uitputting hen fataal. Max Kannewasser sterft op 20 maart 1945, Nol van Wesel niet veel later op 15 april 1945.