MuseumLab sessie

De informatie over het schilderij blijkt niet nodig te zijn om het te kunnen interpreteren zoals de kunstenaar het gezien de titel bedoeld heeft. Het schilderij is gemaakt door Marie Heijermans (1859 -1937). Ze zond het in 1897 in voor de wereldtentoonstelling in Brussel, waar ze destijds woonde en het werd geaccepteerd. Maar toen koning Leopold II op bezoek zou komen, haastten de organisatoren zich om het te verwijderen. Marie begon een proces met herplaatsing als eis, maar ze verloor.

‘Dat had ik nodig’    

Inmiddels hebben meer dan honderd studenten, museumcollega’s, buurtbewoners, (ex)prostituees, antropologen enzovoort, het schilderij grondig bekeken en hun meningen en associaties gedeeld. Ze bedachten bijvoorbeeld waarom de vrouw zich moest prostitueren. Op de stoel ligt een bankbiljet, half onder een hoge hoed, die volgens een bezoeker duidt op ‘een heer van stand’. ‘Ze hoeft zich niet te schamen’, vindt een vrouw die zelf sekswerker was, ‘ze heeft haar geld verdiend’. In haar ervaring waren het juist vaak de mannen die zich schaamden, die niet wisten hoe snel ze weg moesten komen, zonder een bedankje, haar als oud vuil achterlatend. Die emotionele afstand tussen de man en de vrouw ervaren veel kijkers. Dat blijkt vooral uit de manier waarop de MuseumLabdeelnemers de gedachtenwolkjes invullen. De man: ‘Zo en nu een sigaret’, ‘Dat had ik nodig’,  ‘Dat was lekker’, ‘De volgende keer doe ik er langer over’. De vrouw: ‘Ik ben blij dat het voorbij is, hopelijk gaat hij snel weg’; ‘Ik hoef mijn kleren niet aan te trekken, ik voel me helemaal uitgekleed, naakter dan dit kan niet’, 'Ik voel me vies en gebruikt’. ‘Ik hoop dat hij een goede tip achterlaat’, ‘Ik hoop dat hij niet ruw of gewelddadig is’, ‘Ik hoop dat hij geen ziekte heeft’. Een enkeling zegt  ‘mooi’ of ‘warme kleuren’ op de vraag wat ze voelen bij het kijken naar het schilderij. Een vindt het melodramatisch, een paar mensen voelen niets, maar het merendeel noteert heftige emoties: medelijden, schaamte, schuld, zielig, treurigheid, ongemak, walging, viezigheid. Een socioloog schrijft op dat het schilderij hem doet ervaren ‘hoe complex gevoelens en situaties zijn’. ‘Er is iets smerigs gebeurd, de modderschoenen van de man hebben haar witte onderjurk besmeurd’ schrijft een andere bezoeker.  

Voor of na de daad? 

Opmerkelijk is dat er nauwelijks iets gezegd wordt over de tijd waarin het schilderij ontstaan is. ‘Het lijkt lang geleden’ en ‘Een oudbollige (sic) setting’ zijn de enige tijdsaanduidingen.  
Een enkeling geeft een (mogelijke) andere interpretatie: het zou kunnen gaan om een arts die een prostituee onderzoekt. Ook wordt er regelmatig gediscussieerd of het nu vóór of ná de daad is. Kleedt de man zich aan of juist uit? En is het bed onopgemaakt gebleven in de ochtend of komt het door de daad?  Vooral tijdens de nagesprekken komen er nog meer interpretaties los. Een klant vindt het een insinuerend schilderij: de prostituee voorgesteld als slachtoffer. Een verhuurder van kamers op de Wallen valt op hoe jong de vrouw is, met onvolgroeide borsten. In de tijd dat Marie Heijermans haar ‘Slachtoffer van de ellende’ schilderde was prostitutie in Nederland toegestaan, mits de bordeelhouder zijn bedrijf en de vrouwen registreerde. In 1898 kwam er in Amsterdam een bordeelverbod, in 1911 gevolgd door een landelijke zedelijkheidswet die niet alleen het houden van bordelen maar ook pornografie en voorbehoedmiddelen verbood. Na een kleine eeuw is vanaf 2000 het houden van bordelen toegestaan. Aanvankelijk was de minimumleeftijd van sekswerkers achttien jaar, sinds 2014 is het eenentwintig. Een kamerverhuurder moet er tegenwoordig strikt op toezien dat er geen jongere vrouwen werken door de paspoorten te controleren. Politie en justitie treden hard op tegen overtredingen. Niet verbazingwekkend dat iemand die dat dagelijks doet meteen ziet hoe jong het meisje is. 

 

Vragenboekje

Gevouwen handen 

Er worden nauwelijks morele oordelen gegeven over de figuren op het schilderij. Eén persoon schrijft dat de jonge vrouw haar zonde overdenkt. De gevouwen handen van de vrouw doen kunstenaar Delano Mac Andrew, die in Frans Guyana in een hotel gewoond heeft, waar ook een bordeel gevestigd was, denken aan de katholieke prostituees die daar werkten. Nadat de klant weg was, vouwden ze hun handen en baden tot Maria en Jezus om vergiffenis te vragen voor hun zonden.  

We gaan nog een kleine twee weken door met het MuseumLab. Ik ben benieuwd hoeveel associaties nog bovenkomen kijkend naar het ‘Slachtoffer van de ellende’.