De omstandigheden van musea in Suriname en Nederland zijn tamelijk onvergelijkbaar. Naast Gerard en Marlon werken er bij Fort Nieuw Amsterdam enkele (part-time) administratief medewerksters, en zo’n 20 mensen bij bewaking en onderhoud van het immense terrein en de gebouwen. Het Amsterdam Museum heeft naast een directeur, conservatoren, educatoren, een marketing en ICT/e-culture afdeling, een technische afdeling etc. etc.

Ongedierte en luchtvochtigheid

Mijn collega’s van beheer en behoud bestrijden met behulp van een zuurstofarme cel motten en ander ongedierte, dat de collectie aan zou kunnen tasten. De mensen van Fort Nieuw Amsterdam vechten tegen de muggen, dit jaar talrijker en schadelijker  - door het Zika-virus - dan ooit.
Door klimaatinstallaties is in Nederlandse musea een relatieve luchtvochtigheid van rond de 50% met zo gering mogelijke fluctuaties. De luchtvochtigheid in Fort Nieuw Amsterdam is rond de 90%. In het kruithuis is het nog vochtiger. Het is door de Nederlanders gebouwd in de 18de eeuw, met geïmporteerde bakstenen. De ruimte voelt als een sauna en het kruit bleef dan ook niet droog. Alles wat je er zou willen exposeren wordt in rap tempo aangetast door het vocht.

Doelgroepen

Gerard Alberga rekent in een klein opschrijfboekje de financiële situatie voor. In goede jaren komen er 60.000 bezoekers, waaronder 15 a 20.000 buitenlandse toeristen. Die betalen meer, wat nogal eens tot discussies leidt met Surinaamse Nederlanders. De schoolkinderen betalen weer veel minder.

Gerard Alberga en Marlon Madasrip krijgen uitleg over doelgroepen van Fleur Howes Smith, Amsterdam Musuem (foto Annemarie de Wildt)

Mijn collega van marketing tovert tijdens het gesprek met Gerard en Marlon een zogenaamd ‘dashboard’ op haar computer met de grafische symbolen van de doelgroepen van de Amsterdam Heritage Museums. Haar powerpoint-presentatie is inmiddels getransferd naar Gerard. Het doel van een twinning project is het verbinden van mensen hier en daar. Misschien kan de volgende Surinaamse marketing student die stage loopt op Fort Nieuw Amsterdam zo nu en dan te rade gaan bij het Amsterdam Museum.

Vrijwilligers

In het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem bezochten we onder andere de Anansiboom, de Molukse barak en het Indisch huis. Vooral in dat laatste was Marlon, Javaan in hart en nieren, zeer geïnteresseerd. Een compleet ingerichte woning met planten op het erf en een vrijwilligster in Indische kleding, met wie we een praatje maakten. Het werken bij het Indisch huis is voor haar een manier om haar eigen geschiedenis te ontdekken en uit te dragen. Dat is in Suriname nog toekomstmuziek. De meeste Surinamers moeten te hard sappelen om ook nog eens ergens vrijwilliger te zijn. Op Fort Nieuw Amsterdam is sinds enkele jaren een kampon: een woning van Javaanse arbeidscontractanten, met ernaast een Hindoestaanse woning. Het zou mooi zijn om daar in de toekomst, net als in het Arnhemse openluchtmuseum de verhalen over en van de (nakomelingen van) de migranten te kunnen horen. In levende lijve of anders bijvoorbeeld via een audiotour. Tijdens Heritage Days in het Openluchtmuseum zijn er wel vertegenwoordigers van de verschillende etnische groepen aanwezig  op Fort Nieuw Amsterdam. Ze maken voedsel en doen performances.

Verhalen

Fort Nieuw Amsterdam heeft weinig collectie, afgezien van de gebouwen en roerende goederen die nu op het terrein staan, zoals koetsen, kanonnen en kappa’s (ketels om suikerriet te koken). In het vernieuwde museum moeten juist de verhalen over de plek en over migratie een grote rol spelen. Hoe breng je die verhalen in het museum? Het is een van de belangrijke gespreksonderwerpen van dit twinning project. Voor mij persoonlijk waren de verhalen van Marlon Madasrip een van de hoogtepunten van deze week. Tijdens bijeenkomsten en museumbezoeken vertelde hij bijvoorbeeld over zijn huwelijk, helemaal volgens Javaanse traditie en het belang van het cijfer 7; over het jagen in het bos en over religieuze rituelen.    

Overdacht van de 'oude' naar de 'nieuwe' stagiares (foto Annemarie de Wildt)
In september gaan er weer drie stagiaires van de Reinwardt-academie naar Suriname. Een van hun taken zal zijn het maken van een Izi-travel tour met uitleg en verhalen over plekken op het terrein. Dankzij het twinning project kunnen er ook touchscreen schermen komen waar de komende jaren steeds meer verhalen aan toegevoegd kunnen worden. Dat kunnen oral history interviews zijn, of fragmenten uit documentaires. Maar het lijkt me ook prachtig als de nieuwste videoclip van Typhoon We Zijn Er in een van voormalige gevangeniscellen van Fort Nieuw Amsterdam te zien en horen zal zijn. Dat is immers ook een verhaal over slavernij, opstand, straf en overleven.

Meer lezen over het project en het bezoek? In Het Parool verscheen een groot interview met Gerard Alberga en Annemarie de Wildt.