Weesjongens in poort Kalverstraat
In 1580, kort na de Alteratie maakt het nog jonge weeshuis de oversteek naar één van de door het protestantse stadsbestuur opgeheven kloosters, dat van de zusters van Sint Lucia in de Kalverstraat. Het Sint Luciënklooster verkeert in slechte staat en de regenten zien zich voor een groot bouwprogramma geplaatst. Ze besluiten alles nog even te laten zoals ze het aangetroffen hebben. Op één punt na, de zichtbaarheid. De hoofdingang van het voormalige klooster ligt aan de dan nog ongedempte Nieuwezijds Voorburgwal. De zusters staan via een smal onooglijk paadje tussen de huizen door in verbinding met de bewoonde wereld. Dat komt recht tegenover de Heilige Stede in de Kalverstraat uit. Het steegje wordt de ingang van het nieuwe weeshuis. Er wordt geïnvesteerd in een grootse entree met een monumentale poort. De regenten pakken uit.

De poort, 1581

Om ruimte te creëren worden de huizen aan weerszijden van de steeg gesloopt en vervangen door nieuwbouw waarbij het linker huis smaller wordt opgetrokken dan voorheen. Er ontstaat op die manier een pleintje dat één geheel vormt met een vrijstaande toegangspoort. Aan die poort wordt veel aandacht besteed. Hij past niet alleen in de smaak van de tijd, maar is ook een aandachtstrekker. Precies wat het weeshuis hiermee beoogt. Pontificaal, midden op het plein staat een houten offerblok. Ga niet voorbij zonder een kleinigheid bij te dragen!

De iets verderop in de Kalverstraat wonende Joost Jansz. Bilhamer (1521-1590) krijgt de opdracht. Van zijn hand zijn zowel het ontwerp van de poort als ook het decoratieprogramma, dat onder andere uit drie in het oog springende reliëfs bestaat. Boven de winkelpuien aan de voorkant van de twee herbouwde hoekhuizen zijn twee weeskinderen in nissen uitgehouwen. Een meisje en een jongen, elk aan één kant van het plein. Beiden dragen een stenen tafel waarop teksten zijn aangebracht. Deze verwijzen naar het offerblok, dat niet aan de aandacht mag ontsnappen.

Blikvanger is het grote tafereel boven de toegangspoort. Acht wezen scharen zich rond een schotel met daarop een duif die tegen de wolken afsteekt. Het is de Heilige Geest, die symbool staat voor wees- en gasthuizen. De jongens en een meisjes, om en om, dragen het weeshuiskostuum. Het lijdt geen twijfel; de goede gaven zijn voor het welzijn en het onderhoud van de verweesde kinderen bestemd.

Poort aan de Kalverstraat, 1642

De grote verbouwing van 1632-1634 heeft de poort vrijwel onberoerd gelaten. Het bouwwerkje is in de loop der jaren wel wat scheefgezakt. Alle bedrijvigheid op en rond het weeshuisterrein zou daar mede debet aan geweest kunnen zijn. Het paradepaardje uit 1581 kan wel een opk(r)ikkertje gebruiken. Bovendien, in het midden van de zeventiende eeuw, de vooral Gouden Eeuw, volstaat een enkele monumentale poort niet meer. Het poortmotief wordt steeds minder belangrijk in de architectuur. Er moet nog grootser uitgepakt worden. Op het verlanglijstje staat een monumentale gevel met middenpartij én fronton. De mogelijkheden in de breedte zijn beperkt zodat de hoogte wordt opgezocht. In 1642 wordt de muur breder gemaakt en boven de poort wordt een hoog gevelfront opgetrokken. Een levensgroot scherm rijst op tussen de nog lage huizen in de Kalverstraat. Dat scherm wordt gevuld met een groot stadswapen boven de weeshuispoort, omgeven door festoenen en bekroond met een, aan de klassieke bouwkunst ontleend, fronton. Alle weeshuismotieven zijn al verwerkt in de poort, zodat dit fronton het zonder symboliek moet stellen. Het wordt een abstract ornament. Het effect is er niet minder om. De spectaculaire entree is naar alle waarschijnlijkheid aan het brein van de stadsbeeldhouwer Willem de Keyser ontsproten. De nieuwe gevel is het sluitstuk van een periode van grote verbouwingen.

Oudst bewaard gebleven afbeelding van de poort aan de Kalverstraat, H.P. Schouten, 1781, collectie Stadsarchief Amsterdam

Amsterdam in zyne opkomst ..

In 1765 beschrijft ‘historieschryver van de stad Amsterdam’ Jan Wagenaar (1709-1773) in zijn Amsterdam in zyne opkomst, aanwas, geschiedenissen, .. ‘  het ‘klein vierkant Plein’ voor de poort van het jongenshuis. De meisjes hebben dan al in de Sint Luciënsteeg, een eigen ingang tot het meisjeshuis gekregen. De beschrijving sluit naadloos aan bij de situatie na de grote verbouwing, zij het dat het houten offerblok vervangen is door een koperen. Een iets subtieler verschil vormen de teksten. Nu zijn alle drie de reliëfs, ook dat van Bilhamer boven de poort, van vers voorzien. Wagenaar schrijft de dichtregels toe aan Joost van den Vondel (1587-1679), ‘de prins der dichters’.

 

De zijreliëfs

Het meisje en de jongen aan de voorgevel van de belendende panden aan het plein dragen de nieuwe teksten, die in 1634 zijn aangebracht.

Weesjongen

Hier treurt het Weeskint met gedult,
Dat arm is zonder zyne schult,
En in zy armoê moet vergaen
Indien gy ’t weigert by te staen
Zoo gy gezegent zyt van Godt
Vertroost ons uit uw overschot

Weesmeisje

Geen armer Wees op aerde zwerft
Dan die der Weezen Vader derft
Der Weezen Vader derft hy niet,
Die Weezen troost in haer verdriet.
Dies sla uw oogen op ons neêr
Ons aller Vader troost u Weêr

De oude teksten zijn daardoor verloren gegaan. Maar dat niet alleen, ook de oorspronkelijke locatie verdwijnt als het huis links van de ingang in 1771 verbouwd wordt. De ‘weesjongen’ verhuist van de voorgevel naar de zijgevel en wordt daarbij grotendeels vernieuwd. Het huis rechts en het  ‘weesmeisje’ volgen in 1785. Dit weeskind blijft intact. De hoop dat er nog sporen van de oude tekst tevoorschijn komen bij een eventuele restauratie is dan ook nog niet vervlogen. Beide wezen zijn naar de binnenzijde van het plein verplaatst om de relatie met de poort in stand te houden.

Weeskinderen reliëf, Joost Jansz Bilhamer, 1581, Collectie Amsterdam Museum

Poortreliëf

Joost van de Vondel heeft niet alleen de zijreliëfs van tekst voorzien maar laat ook het grote reliëf tot de voorbijganger spreken. De ruimte is beperkt en laat slechts enkele regels toe.

Wy Groeien vast in tal en last
Ons tweede Vaders klagen
Ay ga niet voort door dese poort
Of helpt een luttel dragen

Dit hart van het decoratieprogramma is gemaakt van zachte kalkhoudende zandsteen. Er zijn al in een vroeg stadium reparaties nodig. Er breken kleine onderdelen af, die aangevuld moeten worden. Om Bilhamers werk te laten voortduren wordt het in 1968 uit de muur genomen, gerestaureerd en in de hal bij de hoofdingang van het museum geplaatst, dat daar in 1975 zijn deuren opent. De hoofdingang is inmiddels verplaatst, de acht wezen rond de Heilige Geest niet, zij hebben definitief op deze plek postgevat. Bij deze restauratiewerkzaamheden is geen oudere tekst onder de huidige aangetroffen. Bij het afnemen van de vele verflagen is bij de oudste laag, wel de blauwe kleur van de broeken tevoorschijn gekomen, zoals het weeshuiskostuum tot 1810 gedragen werd. Boven de poort blijft een afgietsel achter.

Het uiterlijk van de poort, de positie van de reliëfs en de teksten wisselen – en ook de functie van het gebouw erachter – maar de taal die zij spreken verstomt niet. De boodschap blijft de hele weeshuisperiode door hetzelfde: beste voorbijganger sluit uw ogen niet voor de noden van het weeskind maar ‘helpt een luttel dragen’!

 

Het standpunt van de beschouwer in deze tekst ligt in de Kalverstraat, kijkend in de richting van de poort.