De conferentie was georganiseerd samen met het tijdschrift Art Review, inmiddels 70 jaar oud. Het blad wil kunstgeschiedenis schrijven in het heden. Dat betekent ‘to understand history retrospectively’, maar ook het ondervragen van de narrator: wie vertelt welke verhalen en waarom? ‘Revising the past en re-imaging the future’ was het motto van de dag in De Nieuwe Liefde, waar zo’n 100 deelnemers uit Nederland en buitenland verzameld waren.

Mudhouse in Addis Abeba

In het eerste panel bood antropoloog en curator Meskerem Assegued een inspirerend perspectief. Het mede door haar opgerichte Zoma Contemporary Art Center  is een artist residency en het eerste privémuseum in Addis Abeba. Ze vertelt over de financiële en bureaucratische problemen bij het herbouwen van een oorspronkelijk Ethiopisch mudhouse tot museum. Helaas geen plaatjes op het scherm boven het panel, maar gelukkig zit ik naast curator en onderzoeker van Afrikaanse kunst Pauline Burmann die Meskerem Assegued geadviseerd heeft en me foto’s van het museum  laat zien.

Zoma Contemporary Art Center foto website ZOMA
Kijk zelf maar; het gebouw is niet alleen spectaculair maar ook sustainable. Het verbindt het verleden met, zoals Meskerem zegt: ‘cutting edge futuristic thinking’ en is daarmee een van de mogelijke antwoorden op de uitspraak in 1992 van ICOM president Alpha Oumar Konaré:  ‘it’s about time that we (…) killed – I repeat killed – the Western model of the museum in Africa’.  Curator Clémentine Deliss, jarenlang inspirerend directeur van het Weltkulturen Museum in Frankfurt, refereert ook aan de uitspraak ‘Kill the museum’. Ze doelt daarbij vooral op de manier waarop etnografische musea objecten ‘opgesloten’ hebben. En terwijl de relic diplomacy doorgaat, moeten de voormalige koloniale machten zich volgens haar afvragen of zij wel degenen zijn die de condities bepalen waaronder geroofde objecten misschien teruggegeven zullen worden. Misschien moeten we ook ophouden om Westerse ideeën over het conserveren van objecten als universeel te presenteren. Lees vooral ook het Manifesto van Deliss. 

Geting rid of the body

Deliss voert de metafoor van het dode museum nog wat verder. Het grootste probleem van ‘getting away with murder’ is ’getting rid of the body’. Wat te doen met die collecties die vaak op dubieuze wijze verworven zijn? In Frankfurt opende Deliss de depots voor kunstenaars, die op zoek gingen naar transdisciplinaire en transnationale betekenissen van de objecten. Ook gespreksleider Victor Wang verbaast zich over het gebrek aan belangstelling voor transnationale connecties in kunstmusea. Is de museale neiging om kunst en kunstenaars geografisch te determineren niet ook een nieuwe vorm van taxonomie? Hij verklaart zijn bewondering voor kunstenares Adrian Piper die ooit zei: ‘I want to retire from being black’.

Amsterdam Museum curator Imara Limon zit ook in het panel. Zij vertelt over de manier waarop bij ons nieuwe perspectieven op de collectie en op de geschiedenis van de stad onderzocht en besproken worden.

“Ease is a luxury”

Sophie Orlando en susan pui san lok vertellen over hun Black Artists & Modernism project, niet alleen een speurtocht naar ‘zwarte’  kunstenaars in Britse openbare collecties maar ook naar een nieuwe interpretatie van modernisme.

Sophie Orlando over het werk Freedom and Change
Met achter zich het iconische werk Freedom and Change van Lubaina Himid uit 1984 roept Orlando op tot teksten en interpretaties die bijten, net als de honden op het schilderij met de van Picasso toegeëigende en getransformeerde vrouwen. susan pui san lok heeft een mooie poëtische voordracht, waar me vooral deze woorden van bijblijven: ‘ease is a luxury, unease is the more common feeling’.

De kunstmarkt

De lunch was uitstekend en de  gesprekken geanimeerd. Bijvoorbeeld met Owanto die een installatie maakt over genitale verminking met archieven en met de stemmen van vrouwen. ‘Kom je naar Kaapstad in december? Of anders naar Marrakesh in februari?’ Of met Eva Pel, die me (altijd leuk) vertelt dat ze The Hoerengracht in het Amsterdam Museum zo’n geweldige tentoonstelling vond en me een boek geeft over haar veldwerk tijdens de NL&NY 2009 celebration. De kunstwereld is behoorlijk kosmopolitisch.

Daarna gaat het over de vraag: ‘how does the market effect change?’ De New Yorkse Valeria Napoleone vertelt hoe het verzamelen van kunst van vrouwen haar bijdrage is aan positie van vrouwen in de kunstwereld. De staccato sprekende schrijver, curator en kunsthandelaar Kenny Schachter doet optimistische en relativerende uitspraken: ‘the market is unracist’. De huidige populariteit van zwarte kunstenaars zoals David Hammons leidt ertoe dat de prijzen van eerdere generaties zwarte kunstenaars ook stijgen. Schachter prijst de democratisering en globalisering als gevolg van internet en social media. Zijn imitatie van het openen van een envelop en tegen het licht houden van een kleinbeelddia, roept ook bij mij – tentoonstellingsmaker sinds de jaren ‘80 – bijna tastbare herinneringen op. In navolging van Astrid Elburg die de dag begon met een oproep voor meer enablers en verbinders, pleiten Annette Schönholzer en Valeria Napoleone ervoor dat mensen hun rijkdom aanwenden om kunstenaars en openbare collecties te steunen. Er zijn nu wel genoeg, vanwege belastingvoordeel gestichte, privémusea in de VS.

Reddingsvesten

Mooi waren de drie open space presentaties van drie jonge vrouwen (het jonge vrouwen gehalte op de conferentie was trouwens erg hoog), die getuigen van de positieve kracht van kunst op welzijn en geluk, maar ook van de vele obstakels voor jonge kunstenaars zoals de visamuren die Europa en de VS optrekken.

Bij de presentatie van Luise Faurschou die vertelde hoeveel mensen Faurschou Art Resources wel niet bereikt had met installatie van Ai Weiwei bestaande uit 3500 reddingsvesten, verzameld op Lesbos,   ben ik even weggelopen. Ik kan niet zo goed tegen refugee art met reddingsvesten. En ook niet tegen het idee dat mensen pas door zo’n installatie zouden kunnen beseffen wat de vluchtelingencrisis inhoudt. Al schrijvend realiseer ik me pas hoe ironisch het was dat ik de pauze benutte om even bij de collega’s van het Anne Frank Huis langs te gaan vanwege de heropening van het museum gewijd aan Nederlands beroemdste vluchteling.

Ras/race

Het laatste panel ging over ‘Future spaces: how to create new models?’ Beeldend kunstenaar Rafael Rozendaal heeft zijn space allang gevonden. Naast installaties maakt hij websites die hij ook daadwerkelijk verkoopt. De kunstrecensenten mogen wat hem betreft wel eens wat avontuurlijker worden in de plekken waarover ze schrijven.

Beeld uit website van Rafael Rozendaal

Voor beeldend kunstenaar en activist Patricia Kaersenhout is het gesprek wat te vrijblijvend. Zij stelt dat vanwege haar kleur haar werk altijd politiek geïnterpreteerd zal worden. Hoe zit het met discussies over race in ons eigen Stedelijk Museum? Karen Archey, curator van de time based media (video) collectie, vertelt hoe ze na haar verhuizing naar Amsterdam, ontdekte dat ras hier in Nederland een heel andere betekenis heeft dan race in de VS. Er zijn geen zwarte curatoren in het Stedelijk of mensen met een migratieachtergrond, dus bij projecten als Freedom of movement, rond het thema ‘the right of a person to travel’ is haar positie die van ally – bondgenoot.

Natuurlijk gaat het gesprek ook over het verschil tussen diversiteit ‘the narrated existence of the other’ en inclusiviteit, dat is niet alleen het recht hebben om naar het feest te komen, maar om ten dans gevraagd te worden, zoals de tekst luidt op een tas van Studio i – platform voor inclusieve cultuur, een populair gadget op conferenties als deze.

Het was een mooie, volle dag. Dagpresentator Stephanie Afrifa zei in haar slotwoord dat ze nog flink moet nadenken over wat ze allemaal gehoord heeft. Ik kon nog wat doordenken tijdens het schrijven van deze blog. Stephanie moest dezelfde avond door naar Leeuwarden om daar de volgende dag een discussie te leiden over … juist ja, inclusiviteit.

De verborgen verhalen van plantage Waterlant

Wat betekent dit alles voor een stadsmuseum als het Amsterdam Museum? ‘Sommige verwaarloosde verhalen zullen worden teruggevorderd’, staat in de aankondiging van de conferentie. Meteen na afloop race ik vanuit De Nieuwe Liefde terug naar het Amsterdam Museum, voor de New Narratives bijeenkomst rond het schilderij Waterlant. Anderhalf uur lang praten museumstaf en bezoekers over deze lieflijke weergave van een Surinaamse suikerplantage uit begin 18de eeuw, gemaakt voor de in Amsterdam wonende eigenaar.

Wat vertelt het schilderij en wat vertelt het juist níet? Collega-conservator Tom van der Molen heeft er archiefstukken over erfenissen bijgehaald waardoor de tot slaaf gemaakten namen krijgen. Marq, Cacoe, en enkele anderen krijgen elk 100 gulden, en bovendien het privilege om geen lijfstraffen te krijgen. Dat zijn verhalen om verder naar te speuren en om na te denken over alle verschillende ervaringen die schuil gaan achter dat schilderij: de roeiers in de boot, onzichtbare vrouwen, de schilder, tevens administrateur van de plantage. Zie ook deze blog

We hebben het ook over welke verhalen het museum zelf vertelt en vertelde. In het persbericht bij de aankoop in 1973 viel het woord slavernij zelfs niet. In de educatieve tour in 1999 over werk in de 17de en 18de eeuw speelde het schilderij  geen rol. De leerlingen leerden over rijkdom en armoede in Amsterdam zelf, niet in Suriname, ondanks het feit dat Amsterdam toen mede-eigenaar van de kolonie was. De bijeenkomst was ook een beetje  museumgeschiedenis. Lodewijk Wagenaar vertelde over de tentoonstelling Suiker (2005) waarin suikerproductie in Suriname, Nederlands-Indië en Nederland verbonden werden.  Ik vertelde over de interventie in de Gouden Eeuw tentoonstelling in 2013 waarin Amsterdammers van nu commentaar leverden op objecten. Kunstenares Iris Kensmil dacht bij het schilderij vooral al wat er niet te zien is: de slavenverblijven, de straffen….

Wat betekenen storytelling en multi-perspectiviteit als je erover nadenkt aan de hand van een van de weinige werken in de museumcollectie die concreet gaat over slavernij? Hoe gaan we deze geschiedenis uit het Amsterdamse verleden in de toekomst vertellen? En hoe bereik je de 80% van de bezoekers die geen idee heeft dat er iets als multi-perspectiviteit bestaat, vraagt een collega van het Scheepvaartmuseum? Ook dit verhaal is nog niet afgelopen.