Ik ken ook de frustratie: hoe maak je iets zichtbaar dat indertijd tijdens die ‘Gouden Eeuw’ niet of nauwelijks geschilderd of getekend werd. Natuurlijk zijn er andere documenten, zoals plantage-archieven waar de waarde van slaven jaarlijks opgeschreven werd. Ik herinner me nog goed de ontzetting waarmee ik die mensenboekhoudingen zag in het Algemeen Rijksarchief als tweedejaars student geschiedenis. Als een slaaf verminkt raakte, daalde zijn waarde. Dat kon door een ongeluk zijn, een arm die tussen de suikerpers kwam en afgehakt moest worden of als straf, zoals het doorsnijden van de achillespees, een probaat middel tegen vluchten. De boekhouding toont aan hoeveel kinderen er geboren werden, weer zoveel nieuwe arbeidskrachten. Ik weet echter dat dit soort documenten in 18de eeuws handschrift niet zoveel visuele zeggingskracht heeft voor bezoekers. 

De zwarte bladzijde van de Gouden Eeuw, 2013
Je kan perspectieven toevoegen. In 2013 reageerde Iris Kensmil voor de Zwarte Bladzijde van de Gouden Eeuw op een van de schilderijen uit de collectie van het Amsterdam Museum. Ze koos De suikerplantage Waterlant in Suriname geschilderd door Dirk Valkenburg in het begin van de 18de eeuw in opdracht van de Amsterdamse plantage-eigenaar Jonas Witsen. “Het schilderij van plantage Waterlant ziet er zo lieflijk uit, maar juist daarom denk ik meteen aan wat je niét ziet: de slavenverblijven, de wrede straffen en de weglopers die achtervolgd werden”.

De suikerplantage Waterlant in Suriname, begin 18de eeuw, Dirk Valkenburg inv.nr. SA 35413

Decolonize the museum

Dat is de kern van museale dekolonisatie: verander het perspectief van de voormalige kolonisator in andere perspectief, of meerdere perspectieven. Vertel geen single stories. De Amsterdamse actiegroep Decolonize The Museum is een initiatief van Tirza Balk, Simone Zeefuik en Hodan Warsame.  Ze willen koloniale ideeën en praktijken in hedendaagse etnografische musea bevragen. Imara Limon schreef erover in Tubelight.“Erfgoed hangt sterk samen met identiteit, want jouw geschiedenis en de plek waar je vandaan komt bepalen mede wie je bent. Als een ander dat verhaal vertelt, is er onvoldoende zeggenschap over de eigen identiteit. Dit is de kern van etnografische musea; sinds de negentiende eeuw tonen ze de culturen van de exotische ‘Ander’ aan de beschaafde, witte, westerse ‘zelf’.” En hoe zit dat met stadsmusea die nogal eens het verwijt krijgen dat ze aan glorificatie van het stadsverleden doen?

Anne Marie Woerlee hoofd tentoonstellingen Nationaal Museum van Wereldculturen bij een van de borden van Decolonize the Museum foto Annemarie de Wildt

Het plaatsen van de knalgele borden op allerlei plekken in het Tropenmuseum met kritische teksten door Decolonize the Museum over bijvoorbeeld taalgebruik is een manier om de ‘koloniale hiërarchie’ te doorbreken. Imara beschrijft dit als een vorm van toe-eigening van het erfgoed door ‘de gemeenschappen’. De borden werden ‘toegestaan’ door het museum. Imara wijst er op dat de tekst ‘…we gave young people the opportunity to share their criticisms…’. de kritiek reduceert tot onschuldige, onvolwaardige reacties. Maar hoeveel mensen lezen die borden daadwerkelijk? 

Neger

Wat zou je nog meer kunnen doen? Het woord neger weghalen zoals het Rijksmuseum onlangs gedaan heeft? Volgens Imara is het onzichtbaar maken van deze termen niet de oplossing als het museum doet alsof de bijbehorende problemen daarmee ophouden te bestaan.

Dirk Valkenburg, Slavenfeest, 1706-08. Statens Museum Kopenhagen
Het toevoegen van andere beelden? Het is ontzettend jammer dat een ander schilderij van Valkenburg, een feest van de donkere bevolking van plantage Palmeneribo, ook eigendom van Jonas Witsen, in het Statens Museum in Kopenhagen beland is. Toch maar een foto van dat schilderij naast Plantage Waterlant ophangen, ook al is dat geen ‘authentiek object’? Het vertelt wel een ander verhaal, een verhaal van het eigen en vitale leven dat ‘de slavenmacht’ had opgebouwd, waarin tradities en gebruiken uit Afrika een rol speelden.

Emoties

Limon haalt Olivia Rutazibwa aan die pleit voor het luisteren naar de stemmen die tot zwijgen zijn gebracht: “Wie neemt er plaats aan tafel en waarom, welke verhalen tellen als kennis en expertise, en welke worden afgedaan als gevoelens en emoties?” Dat verhalen vertellen gebeurt tijdens Keti Koti maaltijden, maar ook tijdens de opening van Zwart Amsterdam, net zoals het gebeurde tijdens de interventie in de Gouden Eeuw-tentoonstelling. Vaak verhalen over wat Philomena Essed ‘alledaags racisme’ noemde. En hopelijk gaat het tijdens de Zwart Amsterdam tours ook gebeuren. Ik ben benieuwd hoeveel verhalen, maar vooral gevoelens en emoties er toegevoegd gaan worden aan de objecten in het Amsterdam Museum tijdens de Black Achievement Month. En hoe we gezamenlijk gaan bedenken hoe we die zichtbaar maken en houden.

En of we het dan over zwarte geschiedenis, gedeelde geschiedenis, of zoals Remco Raben onlangs in zijn oratie bepleitte, transkolonialisme hebben is iets voor een volgende blog.