Bewoners
Het huis Duinlust is, net als de oranjerie, modelboerderij en het Grote Huis op Elswout, ontworpen door architect Constantijn Muysken (1843-1922). Het huidige huis Duinlust is echter niet het eerste gebouw met die naam dat hier stond. In 1815 was Duinlust in handen van Jonkheer Jan Willem Druyvestein die er een witgepleisterd huis liet bouwen. In 1821 verkocht hij zijn bezit aan de Amsterdammer Thomas Atkins, die het ook maar korte tijd in bezit had.

Familie Borski
In 1828 verkopen zijn erfgenamen Duinlust aan Johanna Jacoba van de Velde, weduwe van Willem Borski (‘van Elswout’). Hun kleindochter, die ook Johanna Jacoba heet, gebruikt Duinlust echt als zomerverblijf. Zij is getrouwd met haar neef David van der Vliet als zij in 1881 het huis erft. Echt gehecht aan het huis zal ze niet geweest zijn. Binnen een jaar wordt het oude Duinlust gesloopt en de architect aangesteld voor het nieuwe huis. De plek zelf zal des te meer van betekenis zijn geweest voor de familie. Niet alleen laten de Van der Vliet-Borski’s meteen 82.000 grove dennen aanplanten (geïmporteerd uit Schotland) om het duinzand vast te leggen achter hun beoogde bouwplaats. Terwijl de architect Muysken aan het werk gaat wordt ook de landschapsarchitect Eduard Petzold betrokken bij de zorgvuldige inrichting van tuin en park.

Borrowed landscape
We kunnen nog steeds genieten van de meest briljante ingreep uit het ontwerp van Petzold. Vanaf het terras van het huis is een schitterend zicht gecreëerd op de aanleg van Elswout. Dat wordt met een vakterm 'borrowed landscape' genoemd. De omgeving gaat meedoen in het ontwerp. De weg tussen Duinlust en Elswout had hier als storend element kunnen optreden. Ware het niet dat deze hier zo verdiept in het landschap ligt dat je er overheen kijkt. Hoe slim! In de hoogtijdagen van Duinlust, zo rond 1900, was het vooral dichtbij het huis veel bonter en feestelijker met tuinvazen en potten vol bloeiende planten. Er waren mozaïekperken en op het terras stonden kuipen met laurier-, oranje- en citroenbomen.

Permanente bewoning
Zoals vaak gebeurde met buitenplaatsen op het einde van de 19de en begin van de 20ste eeuw, werd ook Duinlust in die tijd permanent bewoond (en dus niet als louter zomerverblijf gebruikt). Dat had vaak een financiële reden, al zal dat bij de steenrijke Van der Vliet-Borski’s niet het geval zijn geweest. Duinlust was een nieuw huis en voorzien van modern comfort en daardoor prima in de winter bewoonbaar.

Bouwsels op het terrein van Duinlust
Op het terrein van Duinlust kun je tegen vreemde bouwsels aanlopen. Er zijn geen bordjes die iets verklaren. Dat maakt het duiden wat moeilijk, maar ook avontuurlijk. Een echt fremdkörper is de knots van een modern gebouw. Dat is het sportgebouw uit de tijd dat het Cios (Centraal instituut voor de opleiding van sportleiders) hier zetelde. De oranjerie zullen de meeste mensen ook nog wel herkennen, al was het maar vanwege de grote glaspartijen aan de voorkant. Maar struinend over Duinlust kun je ook een grotendeels overwoekerde strook beton tegenkomen… Dat was één van de eerste rolschaatsbanen van Nederland. En in het beboste duin zijn fundamenten te vinden van een koepel die er ooit stond. Deze was voor een soort Efteling effect bedekt met boomschors. Direct achter het huis staat de ‘pompejaanse bank’. Historische foto’s laten zien hoe hier vroeger enorme potten met bloeiende planten opgeplaatst werden.