Kinderen leren door dingen te hanteren (mes en vork of juist stokjes) hoe ze zich moeten gedragen. Beeldend beschrijft Miller hoe Indiase vrouwen zich met behulp van hun sari tot hun omgeving verhouden. Met de pallu, het loshangende deel van een sari, wuiven ze hun baby’s koelte toe en ze bedekken er hun hoofd mee, als de situatie of het gezelschap dat vraagt. Wie wel eens naar Bollywoodfilms kijkt, ziet de oneindige mogelijkheden tot spelen met erotiek en zedigheid met behulp van de sari. Deze behendigheid is niet aangeboren, maar aangeleerd en de ene Indiase vrouw beheerst het beter dan de andere. Miller vergelijkt het met autorijden.

Potten en auto’s

Voor elk museummens zou Stuff verplichte kost moeten zijn, omdat het je diepgaand laat nadenken over objecten, die immers de basis van musea vormen. Miller is archeoloog en antropoloog en schrijft vooral over objecten uit het dagelijks leven. Voor zijn proefschrift bestudeerde hij een jaar lang potten in een Noord-Indiaas dorp. Hij onderzocht de vormen en functies. De dorpelingen vonden dat hij ‘bonkers’ (knettergek) was met zijn minutieuze onderzoek. Zij leerden hem dat de potten een achtergrond voor allerlei handelingen zijn. Vier stapels potten betekenen bijvoorbeeld: hier is een bruiloft gaande.

Cover van Stuff van Daniel Miller

In het hoofdstuk over kleding keert Miller na een rondgang door de wereld terug in zijn eigen omgeving: Londen. Wat is er met de kleurrijke kleding van de jaren zestig gebeurd? vraagt hij zich af. Hij past de dialectiek van Hegel toe, bijvoorbeeld op de manier waarop auto’s ons gedrag bepalen. Thuis moet het volume laag, maar de auto is een plek  geworden waar je luidkeels met de muziek mee kunt zingen. Mensen scheppen auto’s en die auto’s scheppen vervolgens een wereld, die vervuild is, waarin auto-ongelukken gebeuren en waarin het ondenkbaar is dat er geen auto’s bestaan. Elke materiële ontwikkeling verandert ons bewustzijn en stelt ons in staat weer een stap verder te gaan.

Exchange of understanding

Miller schrijft sprankelend en aanstekelijk. Volgens Keith Hart biedt hij daarmee de antropologie een uitweg uit de academische dwangbuis waarin het terecht is gekomen in de tweede helft van de negentiende eeuw. 

Diepgaande bestudering van Marx brengt hem tot simpele maar inzichtgevende zinnen als “Labour produces culture in the form of stuff”. Het boek is een grote aansporing om dieper door te denken. We hebben een ‘exchange of understanding’ nodig zegt Miller. Het is modieus om te suggereren dat we de ervaring van een 'transseksuele Argentijnse winkelbediende'  kunnen begrijpen door een stem te geven aan Argentijnse transseksuele winkelassistenten. We moeten op zoek naar de conventies, vooral degenen die zo vanzelfsprekend zijn dat we soms een buitenstaander nodig hebben om ze te zien. Maar voor het maken van antropologische vergelijkingen moeten we vervolgens weer generaliseren.