Heer op reis

Archiefgeluk

Je weet het maar nooit in een archief. Er zijn heel wat dagen dat je niets vindt waar je ook maar iets mee kan. Er zijn ook dagen waarop je je laat meevoeren door documenten die, als je eerlijk bent, niet echt van belang zijn voor je onderzoek. Ze zijn te verleidelijk om niet verder te lezen, maar eigenlijk zocht je iets heel anders. Zo zit ieder archief vol met stille sirenen. En er zijn zeldzame dagen waarop je een echte ontdekking doet.

Twee reisdagboeken uit de negentiende eeuw

Laatst had ik zo’n moment in het archief van de familie Van Eeghen. Het geluk zat in doos 101A. Zo’n blauwe kartonnen doos waarvan er miljoenen staan in het Stadsarchief. Er zaten twee grote groene schriften in, met harde kaft. Ik herkende direct het handschrift van C.P. van Eeghen. Het eerste schrift heette: ‘Journaal van eene reis door een gedeelte van Duitschland & Zwitserland 1836’. Het tweede was dubbel zo dik en bestond uit 130 dichtbeschreven bladzijden. Titel: ‘Journaal van een reis door Engeland, Schotland en Wales 1837’.

De reisdagboeken staan vol met prachtige details. Over beide zou ik zo tien blogjes kunnen schrijven, maar dan komt dat proefschrift er nooit. Er volgen er nog wel een paar, maar voor nu beperk ik me tot een citaat uit het Engelse reisdagboek. Op de eerste bladzijden beschrijft de jonge Van Eeghen in detail wat hij draagt op zijn eerste reisdag.

Een flesschengroenen jas met vergulde knoopen

Het is 30 mei 1837. Piet van Eeghen is twintig jaar oud en staat op het punt om voor het eerst in zijn leven met de stoomboot naar Engeland te varen.  

Toen ik [..] om half zes van morgen, de neus uit de lakens stak, was ik niet weinig verheugd, een helderen hemel van onder het opgehaalde gordijn te ontwaren en de zon reeds den top van den, tegenover mijn venster staanden schoorsteen, te zien vergulden. Opgeruimd over dit gelukkig begin en goed voorteken van onzen togt, stond ik op en kleedde mij in mijn reiskostuum aan: een donker bruin gemerkt vest, paarsch en wit geruiten das, flesschengroenen jas met vergulde knoopen en eene groote zak voor mijn teekenboek, en eene grijze broek met zwarte strepen.

Nauwelijks had ik het ontbijt op, toen mijne reiscompagnons mij reeds kwamen afhalen, en mijnen witten [..] hoed opgezet hebbende, nam ik den ligten reisstok met hoornen knop in handen, en wandelde met hen naar het Singel, om met de diligence van Van Koppen weg te rijden.’

 

Dit was de Parijse herenmode in het jaar 1837. Afbeelding: Modes de Paris Journals des Tailleurs, 16 oktober 1837: https://en.wikipedia.org/wiki/1830s_in_Western_fashion

Eene groote zak voor mijn teekenboek

Je ziet hem voor je, in alle ingehouden opwinding voor de grote reis. Hij is trots op zijn kostuum. De jas is niet gewoon groen maar ‘flesschengroen’, het vest is niet alleen donkerbruin, maar ook 'gemerkt'. Van alle details vind ik die grote zak voor het tekenboek het mooiste. Vooral omdat ook dat boek bijna tweehonderd jaar later nog in het archief ligt, in weer een andere kartonnen doos. De zakenman Van Eeghen blijkt een getalenteerd tekenaar. Zijn schetsboek geeft een prachtig beeld van Groot-Brittannië in 1837, gezien door de ogen van een Amsterdamse toerist.

Het waren een paar goede dagen in het archief.

heer5.jpg