Het Binnengasthuis Willem Wenckeback 1870-1937 Rijksmuseum RP-T-1926-112
'Een hoogst onaangename indruk'

De twee gemeentelijke ziekenhuizen in Amsterdam waren berucht. Het Binnengasthuis - één van de voorgangers van het Slotervaart Ziekenhuis - en het Buitengasthuis waren in naam bedoeld om zieken te verzorgen, maar in de praktijk waren het vooral sterfhuizen voor de armen. De gebouwen waren ongeschikt en van enige hygiëne was geen sprake. Het personeel was niet of nauwelijks opgeleid, onderbetaald en regelmatig dronken.

Zelfs buitenlandse bezoekers waren geschokt over de toestand in de gasthuizen. Zo schreef de Oostenrijkse arts Speilt na een bezoek aan Amsterdam in 1852: ‘Hoe moeten we deze twee verpleeginrichtingen beschrijven, die op geen enkele wijze die naam verdienen? [..] Op iedere buitenstaander maakt deze plek een hoogst onaangename indruk. Op zeshonderd zieken zijn er slechts twee artsen.’ Het was voor iedereen duidelijk: daar wilde je niet dood gevonden worden.

Twee particuliere ziekenhuizen aan de gracht

In 1843 zag Amsterdam het eerste belangrijke particuliere initiatief op het gebied van ziekenzorg. De bekende arts en hygiënist Jan Pieter Heije richtte de Vereniging voor Ziekenverpleging op, samen met onder andere de jonge zakenman Piet van Eeghen. Het begon als een uitzendorganisatie voor thuiszorg door protestantse zusters, maar het werd al snel meer. In 1857 kreeg de vereniging een eigen gebouw aan de Prinsengracht. Dit groeide uit tot het eerste moderne ziekenhuis van Amsterdam.

Het Prinsengrachtziekenhuis was vanwege de protestantse signatuur niet bij alle Amsterdammers populair. Een groter bezwaar was financieel: alleen welgestelde burgers konden zich een opname in het ziekenhuis veroorloven. In 1879 kwam er nog een particulier ziekenhuis bij. Het Burgerziekenhuis aan de Keizersgracht, dat later verhuisde naar de Linnaeusstraat, was een initiatief van chirurg en gynaecoloog Anton Berns. Ook dat was te duur voor de allerarmsten, maar wel goedkoper dan het Prinsengrachtziekenhuis. Hiermee had de stad twee particuliere ziekenhuizen die naar de maatstaven van de tijd goed functioneerden. Maar dat was lang niet genoeg voor alle zieke Amsterdammers.

De gasthuiskwestie

Er moest iets gebeuren met de gemeentelijke gasthuizen, daar was iedereen het over eens. Maar wat? En hoeveel mocht het kosten? Opeenvolgende stadsbesturen hebben daar zeker dertig jaar over gediscussieerd. Moest er één groot nieuw ziekenhuis komen of twee kleinere, midden in het centrum of juist aan de rand? Ze  kwamen er niet uit. Intussen verstreken de jaren en werden verschillende raadsleden steeds wanhopiger, maar er gebeurde niets.

Portret van dr. A.W.C. Berns 1911

Dokter Berns, de directeur van het Burgerziekenhuis, ging in 1881 speciaal vanwege de gasthuiskwestie in de gemeenteraad. In januari 1883 hield hij daar een gloedvol betoog om de directeur van de gasthuizen te laten ontslaan. ‘Zulk een slecht toezicht op de verpleging in onze Gasthuizen, en dat over zóóvele jaren, en zulks zonder ééne ernstige poging tot verbetering, zulk een gemis aan samenwerking en initiatief waar het de hoogste belangen geldt - het is werkelijk te veel.’

Het lukte dr Berns na lang aandringen om de directeur te laten vertrekken, al was het knarsetandend want de man behield zijn wachtgeld. Verder kon hij zijn zin niet doordrijven en in 1886 stapte Berns boos op. Toch kwam er juist in dat jaar een doorbraak. Het Binnengasthuis zou eindelijk worden opgeknapt en vlak bij het Buitengasthuis werd een gloednieuw ziekenhuis gebouwd. Toen dat Wilhelmina Gasthuis eindelijk open was, in 1896, kwam er definitief een einde aan de gasthuiskwestie. Eindelijk had Amsterdam een modern ziekenhuis dat toegankelijk was voor álle Amsterdammers.

Het Wilhelminagasthuis, fotograaf onbekend 1880-1920  Rijksmuseum RP-F-F17888

Fusies over geloofsgrenzen

De twintigste eeuw was de eeuw van de ziekenhuisfusies. Net als het Binnengasthuis ging het Wilhelmina Gasthuis in 1981 op in het Academisch Medisch Centrum (AMC). Het personeel van het Burgerziekenhuis verhuisde in 1991 naar Almere. En het protestantse Prinsengrachtziekenhuis fuseerde in 1994 met het katholieke Onze Lieve Vrouwengasthuis. Het is maar goed dat de oprichters dat allemaal niet meer mee hoefden te maken.

 

Lees ook : https://hart.amsterdam/nl/page/137470/de-ideale-verpleegster