Begrafenispenning op het overlijden van Jacob van Heemskerck, 1611
Dit jaar wordt herdacht dat de 80-jarige oorlog, tegenwoordig De Opstand genoemd, 450 jaar geleden begon. Het conflict bracht de eerste Nederlandse zeeheld voort: de Amsterdammer Jacob van Heemskerck (1567-1607). Als koopman had Van Heemskerck deelgenomen aan verkenningstochten om de noordelijke zeeweg naar Azië te vinden en had zo de legendarische overwintering op Nova Zembla overleefd. In 1607 werd hij door de Staten-Generaal benoemd tot admiraal-generaal van de vloot aan en hij ging op zoek naar de vijand. In de middag van de 25e april 1607 trof Van Heemskerck de Spaanse vloot bij Gibraltar en ging onmiddellijk in de aanval. Het zeegevecht kostte honderden levens, waaronder dat van de toen 40-jarige Van Heemskerck zelf die, in volle wapenrusting, getroffen werd door een kanonskogel die zijn linkerbeen er af schoot, een fatale verwonding. Desondanks overwon de Nederlandse vloot. Het lichaam van de admiraal werd gebalsemd en per schip naar Amsterdam vervoerd waar hij op vrijdag 8 juni 1607 met groot vertoon in de Oude Kerk zou worden begraven.

Tekening van de begrafenisstoet van Jacob van Heemskerck, 1607
Credit: Fondation Custodia, Collection Frits Lugt, Parijs

Enig exemplaar

De penning in het Amsterdam Museum is een voor zover bekend enig exemplaar van een penning die zowel de Slag bij Gibraltar als de staatsbegrafenis memoreert. De voorstellingen op voor- en keerzijde volgen nauwkeurig een grote nieuwsprent (43 x 84 cm) van Claes Jansz Visscher (II). Zeer waarschijnlijk is de tekening van David Vinckboons een voorstudie voor de weergave van de begrafenisstoet op de prent.

Nieuwsprent met de Slag bij Gibraltar en de begrafenis van Jacob van Heemskerck, circa 1610

Over de maker van de penning, Dirck Strijcker (hij signeerde de penning zowel aan de voor- als achterzijde), is weinig bekend en er zijn maar weinig penningen van zijn hand overgeleverd. Des te briljanter is zijn prestatie de grote prent in alle details – zelfs de namen van de schepen zijn overgenomen  – op de penning over te nemen. Strijcker koos ervoor de slag zelf en het portret van de admiraal geflankeerd door twee landkaarten van de prent op de voorzijde van de penning te graveren. De keerzijde reserveerde hij voor de begrafenisstoet en de graftombe van de admiraal in de Oude Kerk waarvoor hij de twee kleinere kaders op de nieuwsprent direct links en rechts van het portret van de admiraal combineerde.

De penning is voorzien van een oog waaraan hij gedragen kan worden. Daarop staat de naam van de vermoedelijke opdrachtgever, Dirck Heemskerck, en het jaartal 1611. Was Dirck een familielid van de admiraal? Ik heb alleen een oom kunnen vinden die zo heet; hij was klerk van de thesaurie op het Amsterdamse stadhuis. Een Dirck Heemskerck, mogelijk deze klerk, werd op 30 augustus 1636 op het Hoge Koor van de Oude Kerk begraven, in de buurt van het graf van de admiraal.

Detail begrafenispenning Van Heemskerck, oog
Ooggetuigenverslag


Dat de voorstelling van de begrafenisstoet accuraat was, bewijst een ooggetuigenverslag opgetekend door stadshistoricus Jan Wagenaar. Voorop liep een vendel soldaten in rouwgewaad met het geweer omgekeerd en spiets of vaandel slepend over de keien. Daarop volgden drie soldaten die helm, harnas en wapenschild van Van Heemskerck droegen. Daarna kwam de kist met het zwaard van de admiraal, gedragen door veertien kapiteins. Dan een lange stoet van zo’n 800 hoogwaardigheidsbekleders en burgers. Met fenomenaal vakmanschap gaf medailleur Dirck Strijcker dit alles op de millimeter weer.

Detail begrafenispenning Van Heemskerck, stoet

De penning na de zeventiende eeuw

Hoe het de penning vergaan is na 1611, is niet geheel duidelijk. Dat ze een mate van bekendheid genoot, bewijst een afdruk ervan uit de achttiende eeuw. De penning bevond zich toen in het penningkabinet van de Leidse verzamelaar H.A. Dibbetz, zoals vermeld staat op een ets bedoeld als illustratie in een boek over de Slag bij de Doggersbank van Joannes Le Francq van Berkhey (1782).

Daarna raken we het spoor bijster tot 1885, toen de penning met de collectie munten en penningen van Gerard Heineken aan de stad Amsterdam geschonken werd en zo aan de het Amsterdam Museum werd toevertrouwd.

Ets naar penning op het overlijden van Jacob van Heemskerck, 1781