Zilveren penning voor de honderdste verjaardag van Cornelia Bierens door Johann Georg Holtzhey, 1790, Amsterdam Museum (inv.nr. PA 626)

Zilveren penning voor de honderdste verjaardag van Cornelia Bierens door Johann Georg Holtzhey, 1790, Amsterdam Museum (inv.nr. PA 626)

Eeuwfeest

Cornelia vierde haar honderdste verjaardag op haar buitenplaats “Middenhoek” in Loenen aan de Vecht die zij van haar vader geërfd had.

Gezicht op de buitenplaats Middenhoek bij Loenen, D. Stoopendaal, 1718-1719, collectie Het Utrechts Archief

Gezicht op de buitenplaats Middenhoek bij Loenen, D. Stoopendaal, 1718-1719, collectie Het Utrechts Archief

Voor het verjaardagsfeest waren haar neven en nichten met een speciaal voor dat doel gecharterde trekschuit van Amsterdam naar Loenen getogen om tante geluk te wensen. Mogelijk kregen zij bij die gelegenheid zo’n fraaie penning als herinnering.

Weliswaar was de jarige slecht ter been, doof, en had zij naar eigen zeggen “sjee kande ov kiesje mee” (geen tand of kies meer) in de mond, maar verkeerde zij verder in goede gezondheid en was helder van geest. Zo is zij op de voorzijde van de penning in profiel afgebeeld. Haar ingevallen mond en rimpelige huid, het markante profiel met de scherpe neus; het is een prachtig gedetailleerd, realistisch portret. “Ik heb een eeuw volbracht en wagt [verwacht] de zaligheid” is op de voorzijde van de penning gegraveerd; op de keerzijde worden haar geboortedatum en de namen van haar ouders vermeld.

De jarige draagt een mooi afgewerkt linnen kapje dat met een bloemmotief is versierd. De suggestie van kostbaar bont is fraai weergegeven in haar hermelijnen stola. Hermelijn wordt geassocieerd met koningshuizen en hoge adel. Een koninklijk bontje dus, voor een bemiddelde dame die zo’n hoge leeftijd mocht bereiken.

Warmoesstraat

Cornelia is nooit getrouwd. Zij werd geboren als het vijfde kind van negen en de enige dochter van Anthony Bierens en Cunera van Hoogmade, die hun gouden huwelijksfeest met een fraaie penning gemaakt door Martin Holtzhey, de vader van Johann Georg, in 1730 zouden vieren. Vijf van haar broertjes overleden op jonge leeftijd.

Zilveren penning voor de gouden bruiloft van Anthony Bierens en Cunera van Hoogmade

Zilveren penning voor de gouden bruiloft van Anthony Bierens en Cunera van Hoogmade door Martin Holtzhey, 1730, Amsterdam Museum (inv.nr. PB 266)

De familie was doopsgezind. Zij kerkten in “Het Lam”, de doopsgezinde schuilkerk aan het Singel die nog steeds bestaat en als doopsgezinde kerk functioneert. Vader Bierens was een zeer welvarend zijdehandelaar. Het gezin bewoonde een groot huis aan de destijds deftige Warmoesstraat dat door Cornelia’s grootvader, Jacob Bierens, was gekocht. In het voorhuis bevonden zich een “winkelkamer, winkel en comptoirtje”. Het achterhuis met de voornaamste woonvertrekken had als uitzicht het water van het Damrak.

Het gezin van Jacob Bierens werd in 1663 afgebeeld op een schilderij van de Rotterdamse schilder Hendrick Sorgh dat in ons museum te zien is. Cornelia’s grootouders, drie van hun kinderen en een keukenmeid bereiden vis, gevogelte en groenten terwijl oudste zoon Abraham de harmonieuze sfeer begeleidt met muziek. De jonge Anthony – de latere vader van Cornelia – stapt links naast zijn vader de keuken en daarmee het schilderij binnen. Het zou de keuken van Cornelia’s ouderlijk huis kunnen zijn, maar dat is niet zeker. Waarschijnlijk heeft de schilder een generieke zeventiende eeuwse keuken geschilderd met landschapsschilderijen aan de muur die duiden op zowel de materiële welvaart van de familie als hun artistieke smaak.

Harmonieuze vissen - Amsterdam Museum Collectie inv.nr. 1273

Een schilderij waarop Jacob Bierens en zijn familie zijn afgebeeld.

Hendrick Martensz Sorgh, Jacob Bierens en zijn familie, 1663, Amsterdam Museum, bruikleen Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

De familie bezat een omvangrijke kunst- en rariteitenverzameling zoals blijkt uit de boedelinventaris van Cornelia’s broer, opgemaakt na diens overlijden in 1747. Deze broer had het ouderlijk huis geërfd en de verzameling verder uitgebreid. Onder de schilderijen wordt “Het Huys Kostverloren aan den Amstel van Ruisdael” vermeld. Dit is zeer waarschijnlijk het schilderij dat zich sinds 1981 in onze collectie bevindt (zie Jacob van Ruisdael, Huis Kostverloren).

De schilderijen werden nog datzelfde jaar geveild en het grootste deel werd door de familie teruggekocht. Misschien had Cornelia het schilderij van Ruisdael in Middenhoek wel aan de muur hangen. Een aantrekkelijke gedachte.

Broeksluiting

Cornelia overleed op Middenhoek op 16 april 1792. Bij die gelegenheid werd de penning opnieuw uitgebracht. De voorzijde bleef onveranderd, op de keerzijde zijn een urn met afhangende festoenen, een palmtak en een rokende toorts afgebeeld met een cartouche haar leeftijd bij overlijden: “101 jaaren, 3 maanden, 18 dagen”. Het stoffelijk overschot werd naar Amsterdam overgebracht waar Cornelia op 24 april in het familiegraf in de Nieuwezijds Kapel werd begraven.

Overlijdenspenning Cornelia Bierens, 1792
Zilveren overlijdenspenning door Johann Georg Holtzhey, 1792, Amsterdam Museum (inv.nr. PA 630)

In het tijdschrift “De Beeldenaar” van maart/april 2019 komen we de verjaardagspenning wel in een heel bijzondere hoedanigheid tegen, namelijk als broeksluiting. Waarschijnlijk heeft een familielid die twee exemplaren van de penning had ze gebruikt om er een broeksluiting van te laten. Wat zou tante daar wel niet van zeggen!